De vernieuwing van onderuit: Gent

Kunst is alomtegenwoordig in Gent. Maar wanneer pakweg het S.M.A.K., MSK of andere musea en galerijen niet langer genoeg soelaas bieden, moeten we wel eens dieper graven. Dieper, want het is voor buitenstaanders grondig zoeken naar kunst die “jong” van karakter is, eigenzinnig grenzen verlegt, spanning creëert of nog in een onafgewerkt stadium verkeert. Dieper, want dat het bevindt zich nu eens op één plek, dan weer nergens aangezien sommige kleine kunstenorganisaties zich maar al te graag bedekken in een nomadisch kleed en sporadisch in (publieke) ruimtes her en der verschijnen. Wie of wat zijn ze eigenlijk? Daar pikt deze reeks op in.

Onder kleine kunstenorganisatie wordt, in deze reeks althans, een specifieke definitie verstaan. Het gaat hier over organisaties die snel in het hokje van off space, projectruimte, creatieve vrijhaven of kunstcollectief thuishoren en die opgericht zijn of bestuurd worden door kunstenaars, (kunst)studenten, “kunstminnaars”, curatoren en dergelijke of een combinatie ervan. Ze betrekken vaak jonge, ongekende of nog onbeminde kunstenaars en artiesten in variërende projecten die elkaar razendsnel opvolgen. Je kent ze wel, de korte, intensieve residentieprogramma’s, stadsfestivalletjes, performance-avonden of korte tentoonstellingen die staan te pronken op hun palmares. Elk initiatief gedijt ook in een niche specifiek voor de karakteristieken van de organisatoren. Hierdoor komen verschillende kunstenaars aan bod of worden af en toe werken van dezelfde kunstenaar(s) anders ingevuld, gebruikt of tentoongesteld. Jonge, zich nog ontwikkelende kunstenaars worden daarom aangetrokken door die vrijheid qua invulling en uitwerking die zij maar al te graag tot hun verantwoordelijkheid willen nemen.

20171105_EVA_Convent© Convent, expo van Niklaus Rüegg

Helaas kunnen veel kleine kunstenorganisaties niet rekenen op een flink werkingsbudget. En als ze er al een hebben dan spreken we eerder over een bescheiden budget dat zelden de werkelijke kosten van de inzet van de werknemers of vrijwilligers kan dekken. Rendabel of duurzaam zijn deze kunstenorganisaties overigens niet echt: wanneer de hoge werkdruk en -lasten hun enthousiasme inhalen, is hun maar een korte levensduur geschoren. Hun middelen halen ze uit verschillende bronnen: sponsors, overheidsfinanciering en -middelen, drankinkomsten, publieksgerichte acties, verhuur, vrije bijdrage… Hun vindingrijkheid tijdens de zoektocht naar geld en ruimtes en hun aanstekelijk enthousiasme vormen misschien wel de basis voor de wekelijkse projecten die de Gentse kunstscene sieren. Ze creëren zelfstandig een rijk cultureel netwerk waarin kunstenaars kunnen doorstromen naar een ‘volgende stap’.

Bekijk hen als een onontbeerlijke schakel tussen de kunstopleidingen enerzijds en het professionele veld anderzijds, of als een mechanisme dat de ruggengraat bouwt voor het gehele culturele veld. Ze passen zich, kameleon-gewijs, snel aan aan hun omgeving. Zo (her)oriënteren ze zich gemakkelijk naargelang de noden van hun omgeving en bewegen zij zich vrij in de stedelijke ruimte en context dankzij hun onafhankelijk en (zelf-)reflecterend karakter.

20171105_EVA_019© Michiel De Cleene, expo in 019

Wat zich dus ogenschijnlijk voordoet als een hoopje losse eilanden van op zichzelf staande initiatieven vormt feitelijk een wijd dynamisch netwerk van verschillende aders. De een al vitaler dan de ander, zorgen die aders voor een gezond landschap en verhoeden ze een veroudering van de kunsten – wat dat ook moge betekenen. Ze blijven daarom broodnodig en door een tekort aan middelen verkeert dit ondernemingstype vaak in een precaire situatie. Waar kunnen ze financiering en middelen vinden? Welke toegevingen en compromissen zullen ze moeten sluiten? Wie wilt er hen steunen en hoe onafhankelijk willen ze zijn? Maar wanneer een ader verstopt of, erger nog, doodbloedt, ontstaat er snel elders een verse stroom, euh, bloed. Een leemte kan snel opgevuld worden.

Wie het Gentse kunstenlandschap misschien beschouwt als een onoverzichtelijk Kretenzisch labyrint, verdwaalt gemakkelijk in de hoeveelheid aan projecten die wekelijks, soms dagelijks, onder onze ogen komen. Dus voor wie de bomen door het bos niet meer ziet: in deze reeks stel ik telkens een organisatie voor in lukrake volgorde. Een korte voorstelling, weliswaar, in de hoop dat nieuwsgierigen zelf de stap zetten naar een of meerdere initiatieven en het initiatief leren kennen. Min of meer. In deze reeks behandel ik de Gentse beeldende kunstspelers, zet ik enkele problematieken of anekdotes uiteen en probeer ik het veld in kaart te brengen.

 

Eva Pot schreef vorig academiejaar een masterthesis met de titel: “Naar een duurzaam klimaat voor de hedendaagse beeldende kunstensector. Alternatieve ondersteuningsmiddelen en hun draagvlak bij beeldende kunstenorganisaties.
Haar bevindingen en interviews zullen omgevormd worden tot een reeks over de alternatieve kunstscène in Gent.