De vernieuwing van onderuit: AmuseeVous

 

Hoe krijg je jongeren mee in een museaal verhaal en hoe vertaal je hun stem naar de erfgoedinstellingen die Vlaanderen rijk is? Het antwoord hoeft niet nodeloos complex en onbegrijpelijk te zijn. Enter AmuseeVous vzw, een sociaal-artistieke organisatie die al enkele decennia mee schrijft aan dat verhaal. Ter gelegenheid van de Kotroute, die een houten bruiloft viert met de Gentse studentenkoten en al negen edities kan inkaderen, bijt AmuseeVous de spits af in deze reeks over kleine kunstenorganisaties in Gent.

EVAPot_promofoto DKR_foto 1

Je kent ze misschien van de jaarlijkse Kotroute die doorgaat in Gent en ook af en toe strandt in Antwerpen, Mechelen of Brussel. Op 16 november verwelkomden verschillende Gentse studenten in hun kot beloftevolle kunstenaars uit uiteenlopende disciplines, een week later palmde het event de Antwerpse studentenkoten in. Het is geïnspireerd op en een eerbetoon aan Marcel Broodthaers’ reactie tegen de gevestigde, museale orde, namelijk een museum in zijn eigen huis opstarten. Jan Hoets befaamde Chambres d’Amis (1986) leunt hier eveneens bij aan. De baanbrekende stadstentoonstelling nodigde immers nationale en internationale kunstenaars uit om te exposeren in onconventionele ruimtes – zoals de privéwoning.

EVAPot_detailDKR

Youngster proof

AmuseeVous is actief sinds 1998 en richt zich voornamelijk op jongeren en hun actieve betrekking bij Vlaamse erfgoedinstellingen, kunstruimtes en musea via allerhande activiteiten. Een soort van matchmaker tussen jongeren en musea, zeg maar. De Kotroute is daar één voorbeeld van, maar ze dichten de kloof tussen jongeren en musea evengoed dankzij andere projecten zoals Museumtoeren, een platform die informeert over het cultuuraanbod; AmuseeVous-rapporten, waarbij jongeren zelf nagaan of museale, sociale en non-profit organisaties wel zo jongerenproof zijn als ze beweren; Denktanks in samenwerking met andere organisaties; erfgoedprojecten… Noem maar op. Ze evolueren mee met de problematieken, noden en wensen van hun doelgroep. Hun kracht bevindt zich daarom in het vermogen om jongeren te enthousiasmeren om vrijwillig te participeren aan projecten die zich afspelen binnen en buiten de soms onaantrekkelijke white cube. Ze bieden een stem aan een generatie die ijvert voor toegankelijkheid en luisteren naar de expertise van die jongeren. Jongeren die meestappen in projecten, vervullen vrijwillig functies die aardig wat verantwoordelijkheden met zich meedragen – wat leidt tot een rijke en zelfstandige jongerenwerking, die op zijn beurt weer andere leeftijdsgenoten inspireert om mee te stappen in het cultureel verhaal. Of anders gezegd, wat begint als een klein balletje sneeuw ontpopt zich snel tot een lawine. Enfin, you get the picture.

EVAPot_Museumtoeren_publicatie

Cultuureducatie voor jongeren vormt dus niet langer een braakliggend terrein vergeleken met een aantal decennia geleden. Jongeren worden nu erkend als een relevante maatschappelijke groep en als belangrijke museumbezoekers – dat merk je overigens aan de fikse kortingen waarvan zij kunnen genieten. BOZAR-tentoonstellingen kosten stukken minder op woensdag (2 euro voor -26-jarigen) en ook elders kan je als jongere gemakkelijk gebruik maken van de lagere inkomprijzen. Easy, toch? Helaas verlaag je een drempel niet alleen door de aankoop van een museumticket goedkoper te maken. Een toegankelijke begeleidende tekst zou ook welkom zijn in sommige musea (hiervoor verwijs ik graag naar het reeds gepubliceerde artikel Musea vs. Hete hangijzers). Maar er is meer nodig om musea of kunst in het algemeen aantrekkelijk te maken voor, euh, jonge bewoners van onze multiculturele maatschappij.

Hoezo betalend?

Sinds januari dit jaar is AmuseeVous gefuseerd met Mooss, een vzw die jongeren, kinderen én begeleiders warm maakt voor kunst onder de vorm van activiteiten, projecten, bezoeken… In haar interview voor mijn masteronderzoek legt coördinatrice Annouk Brebels uit dat de fusie tot nu toe een succes was, dankzij inhoudelijke overeenkomsten, verwante doelstellingen en vroegere samenwerkingen. Zijn samenwerkingen dan de toekomst? Gatz’ recentste Kunstendecreet impliceert dat samenwerkingen of fusies tussen overheidsgesubsidieerde en niet-gesubsidieerde kunstenorganisaties een waterval-effect veroorzaken wat financiën betreft. Subsidies zouden dan trapsgewijs naar beneden vloeien. Weg met het versnipperd landschap, leve de samenwerking! Of daar wordt enigszins vanuit gegaan. De realiteit verloopt jammer genoeg minder vlot en is minder idealistisch. Fusies en overheidsmiddelen kunnen niet de volledige lading dekken. De reële kosten zouden werkelijk de hoogte inschieten, wanneer iedereen voor elke inzet en elk project een reële verloning zou krijgen (dit herhaal ik trouwens in alle volgende artikels, want dat blijft een frustratie voor véél organisaties binnen de cultuursector). Daarom betekent die vrijwilligerswerking zoveel voor AmuseeVous.

What would you do if you won the lottery?De houding van de culturele sector tegenover geld en de waarde ervan is een dubieuze, ambigue relatie. Dit komt nog aan bod in latere artikels, maar wie niet kan wachten leest al best eens Sofie Patats artikel “De waarde(n) van geld

 

Maar dit impliceert niet dat cultuur gratis is en er op vrijwillige basis gewerkt moet worden in ruil voor een waardevolle ervaring – hoewel het helaas nog te vaak gebeurt dat kunstenaars of medewerkers hun diensten gratis of voor een vrijwilligersvergoeding moeten bewijzen. Cultuur moet niet gratis zijn om als toegankelijk en laagdrempelig bestempeld te worden en om volk “te lokken”. Daarin speelt AmuseeVous een cruciale rol en doen ze iets wat relatief weinig voor komt bij equivalenten binnen de beeldende kunstensector, namelijk inkom vragen. De Kotroute is nu eenmaal betalend om het eigen voortbestaan te verzekeren en vrijwilligers te kunnen vergoeden naar de toekomst toe.

Ik impliceer niet dat organisaties hun evenementen betalend moeten maken om hun overleving te garanderen. Mij gaat het meer om een ingebakken mentaliteit en een onsubtiele aversie jegens geld. Waarom zouden we betalen voor kunstenaars of organisaties die we amper kennen en voor projecten die kleinschalig zijn? Kunnen we er wel geld voor vragen? Garandeert een toegangsprijs artistiek interessante projecten of creëert het een lage opkomst? Let’s take it down a notch. Zowel gratis als betalende evenementen kunnen inhoudelijk kwaliteit voortbrengen en tegelijk laagdrempelig zijn. Het omgekeerde kan uiteraard evengoed. En dat is best oké. We spreken hier niet over prestigieuze musea, hooggeprezen curatoren of kunstenaars-met-ster-allures. We spreken over jong ervaren kunstenaars die nog volop in ontwikkeling zijn, hun werk willen tonen en ruimte (nodig) hebben om te “falen” of “slagen” in hun praktijk om hun eigen taal te zoeken. We spreken over organisaties die organisatorische of communicatieve fouten kunnen maken, ondanks het streven naar professionaliteit, omdat ze zelf hun eigen visies en doelstellingen proberen te kaderen, uit te werken en vorm te geven. Ze proberen bruggen te bouwen tussen kunstenaar en publiek, tussen publiek en organisatie en tussen kunstenaar en organisatie. Een driehoeksverhouding waar geen burgerbudgetten nodig zijn om participatie te verzekeren of om sociaal-artistieke ambities te vervullen. Het is maar een korte woordenwaterval, maar misschien een met een kleine boodschap. Denk ik.