#metoo – Een correctie op het kunstenaarschap

2017 gaat de geschiedenis in als het jaar waarin we de seksuele revolutie de nodige correctie hebben toegediend. De hashtag #metoo, laten we het er toch nog één keer over hebben. Want er was slechts één sector waar het ijzig stil bleef: de beeldende kunst. De beeldende kunst heeft evenzeer dringend nood aan diezelfde rechtzetting. Wat moeten we doen met kunst die gemaakt werd én wordt door mensen die ongewild uw personal space betreden? Welke erfenis heeft (seksueel) overschrijdend gedrag in de kunsten en hoe zorgen we er voor dat de machtsverhoudingen die zich daar voordoen, niet beïnvloed worden door het seksuele spel? Laat ons hopen dat 2018 het jaar wordt waarin een blauwtje lopen sportief wordt opgevat en wederzijdse toestemming gewoon fucking sexy kan zijn.

De hele vete rond de befaamde hashtag horen we ten eerste te zien als een correctie op de seksuele revolutie. Het is niet zo dat ‘de vrouw’ nu pas door heeft dat ze gelijke rechten heeft. Wat de hashtag met zich teweeg bracht, is dat slachtoffers van eender welke vorm van ongepast gedrag een kanaal vonden om dit te uiten zonder verweten te worden (en zo opnieuw gestraft te worden) en zonder beschuldigd te worden een complot te voeren tegen het mannelijk geslacht. Ten tweede is het belangrijk om te beseffen dat het professionele werkveld (en zelfs daarbuiten) een spel is van een grijze zone. Begrippen als dader en slachtoffer zijn geen vaststaande begrippen. Ten derde brengt die hashtag inherent een verschillende betekenissen met zich mee. Het dient als een voorbeeld voor andere vrouwen, namelijk hoe ze hun rechten kunnen opeisen. We kunnen ze inzetten en gebruiken. Een kanttekening daarbij is dat de verantwoordelijkheid, als in het ‘nee-zeggen’, vooral iets is wat de vrouw hoort te doen om het gedrag van de man te corrigeren. Maar het is door het concept ‘man’ en de daarbij horende sociale normen in vraag te stellen, dat we voor iedereen tot een aangenamere en veiligere seksuele maatschappij kunnen komen.

‘Ik dacht dat ik je een dienst bewees.’

Wie niet gelooft dat (seksueel) grensoverschrijdend gedrag overal, ook in Gent, gebeurt, hier volgt een persoonlijk voorbeeld. Een aantal jaren geleden ontmoette ik een curator die, na een lang verhaal, het nodig vond om na al het werk dat ik voor hem had gedaan mij in een zatte bui te zoenen. Er was alcohol in het spel en hoe vaak ik hem ook probeerde duidelijk te maken dat ik er geen zin in had, kwam de ‘nee’ er niet uit. Ik was bang om mijn kansen als jonge vrouwelijke studente te verliezen. Hij kon het niet laten, en zo geschiedde het. Ik vluchtte weg naar vriendinnen die ik tot op vandaag nog altijd dankbaar ben om mij toen uit die benarde situatie te redden en zo erger te voorkomen. Iets wat ik bovendien op dat moment niet zelf kon. Wanneer ik hem erover aansprak (een jaar later weliswaar, want zo lang heb ik erover gedaan ook al wilde ik het al veel eerder doen) had ik er ook al meteen weer spijt van. Hij leek het niet echt te begrijpen en schold me uit, lachte grof en verschoonde zich met het excuus te weten dat ik geen seksuele relatie had op dat moment en hij dacht dat hij mij een gunst deed…

Dit ‘gevaar’ is reëel vandaag. Ik was bang om als vrouw en jonge studente kansen te verliezen die ik mogelijk nodig had om een carrière op te bouwen. Ik voelde me niet alleen vuil, maar kreeg vooral het gevoel dat mijn passie voor iets ontnomen werd. Al besef ik zelf ook wel dat wat mij voorkwam, in vergelijking met andere verhalen, nog behoorlijk meevalt en al bij al pretty soft is. Maar ik ben niet de enige en er zijn veel ergere getuigenissen te vinden waar je helaas helemaal niet lang moet naar zoeken. Het is vandaag nog altijd zo dat vrouwen die ooit onrecht werden aangedaan, tegelijkertijd vaak ook gestraft werden en worden voor hun verzet tegen dat onrecht. Kunstenaressen die geen kansen meer krijgen omdat ze naar behoren ‘te’ recht in hun schoenen staan. En toch verraste het mij dat, ondanks de hele #metoo storm, het gewoon in de kunstwereld zo goed als stil bleef.

PrintBarbara Kruger – Who does she think she is?

De kunstwereld heeft vuile kantjes en dat zit ook in het aard van het beestje. In een microkosmos als de kunstwereld waar anders nagedacht wordt over normen, seksualiteit, individualiteit, neoliberalisme, pornografie, whatever… daar is het normaal dat er andere standaarden heersen. En dat die andere sociale structuren bevrijdend en bevorderlijk zijn, staan als een paal boven water. We hoeven helemaal geen nonnen te zijn. Maar er zijn een aantal dingen die nu eenmaal niet door de beugel kunnen. Daar horen we het met z’n allen over eens te zijn.

Bij de kunsten kan je ook de volgende, specifieke kanttekening maken. Genderneutraliteit is er nog lang niet en men kan zichzelf oprecht de vraag stellen of die er ooit wel komt. Het is een moeilijke kwestie, maar de feiten liegen niet.  Vandaag is het als kunstenares nog altijd pakken moeilijker om ‘het’ te maken. Kunstenaressen zullen minder gevraagd worden om deel te nemen aan tentoonstellingen, zullen zo een minder exuberant portfolio ontwikkelen, worden nog altijd geacht niet hetzelfde te kunnen als ‘de man’ (denk maar aan vrouwen in de beeldhouwkunst). Alles ontpopt zich tot een cirkelredenering. Als het er dan toch van komt, worden kunstenaressen vaak voorgesteld als ‘vrouwelijke kunstenaars’ of er wordt gezegd dat ze ‘kunst maakt ondanks dat ze een vrouw is’. Of ze wordt opgenomen in een tentoonstelling van ‘vrouwelijke kunst’ en zo geacht deel uit te maken van een andere kunstgeschiedenis dan de alom gekende kunstcanon. Kortom: er moet altijd toch even vermeld worden dat het over een vrouw gaat.

geurilla girlsGuerrilla Girls – The advantages of being a woman artist

Rotte appels

Ik heb het over individuen als Roman Polanski, Woody Allen, Bill Cosby, William Burroughs, Richard Wagner, Caravaggio, Pablo Picasso, Max Ernst, Salvador Dali, Miles Davis… die het rijtje aanvullen van de hedendaagse Harvey Weinstein, Kevin Spacey en, oh ja, Bart De Pauw. We hebben allemaal al eens gedacht aan soortgelijke grensoverschrijdende mannen in de Trump-tijden. Maar ook enkele vrouwen horen thuis in dit rijtje. De uitzondering bevestigt echter de regel. Ze hebben allemaal het volgende gemeenschappelijk: ze hebben iets verschrikkelijk gedaan, en tegelijkertijd steengoede dingen gemaakt – laten we Trump even niet onder die categorie zetten. En laten we duidelijk zijn, het gaat telkens om ernstige, zware feiten die niet geminimaliseerd mogen worden tot een misplaatste grap.

Er zijn zo’n mensen, dat is een feit. En ze zijn overal, dus ook in Gent. Dit impliceert niet dat we ons hoofd telkens in zand moeten steken, dat we al die verhalen niet verder laten leven als een ietwat uit de hand gelopen roddel. Mensen als deze verzieken een praktijk die een enorme vrijheid verschaft, net door die vrijheid verkeerd te gebruiken. Ze besmeuren het werk van veel collega-kunstenaars, curatoren, directie, studenten… die wel met hopen passie voor de kunst het juiste evenwicht kunnen bewaren.

De hamvraag blijft echter hoe we moeten anticiperen op hen. Hoe beoordelen we het werk dat ze maken? Welke houding moeten we aannemen en hoe horen we gepast te reageren? Het tegenstrijdige aan dit verhaal is dat, ondanks de vunzigheden die ze vaak uitsteken, hun oeuvre vaak uit knappe projecten bestaat.

(Neo-)marxistische redenering

We kunnen kunstenaars niet meer loskoppelen van de kunst die hij/zij maakt nadat we iets gelezen of gehoord hebben over hun persoonlijk leven. Dat geldt voor alles: ongelukken, ziekte, liefdesrelaties, minnaressen, minnaars, politieke keuzes… Al deze dingen veranderen en beïnvloeden meestal de bril waarmee we naar een kunstwerk kijken. Om dat te kunnen moet je het al eerst weten, en dat is ook al niet altijd het geval. Soms weten we bitter weinig over het persoonlijk leven van de kunstenaars. Soms worden verhalen doodgezwegen. Dankzij Karl Marx kennen we een traditie van kunst-kijken, waarin kunst de weerspiegeling is van de maatschappij. In de motieven die we zien in de kunsten, merken we dezelfde structuren op als in de desbetreffende samenleving. In diezelfde redenering: kunstwerken gemaakt door louche figuren, die ondanks die achtergrondkennis toch getolereerd worden, staan symbool voor een maatschappij die datzelfde gedrag ook stilzwijgend goedkeurt. Een voorbeeld daarvan is Roman Polanski die in 1977 seks had met een 13-jarig meisje. De feiten deden zich voor in de VSA en de berichten kwamen overdonderend in de pers. Er kwam een rechtszaak. Hij vluchtte naar Frankrijk, waar hij enige straf kon ontlopen. Toch bleef dit verhaal op de achtergrond. Vandaag kennen we alleen zijn meesterlijke films, niet de pedofilie.

Veel mensen krijgen het moeilijk als hen ter ore komt dat één van hun favoriete kunstenaars een dader van seksueel geweld blijkt te zijn. Er zijn stemmen die zeggen dat, door hun werk te steunen, die kunstenaars de macht krijgen om geweld te gebruiken. Anderen zeggen dat de machtsstructuren ervoor zorgen dat kunstenaars zich vergrijpen aan (seksueel) geweld. Denk maar aan het verhaal van de kip en het ei. Er valt een sterk argument te maken dat wanneer zo’n verhalen boven komen drijven, we daar als maatschappij op horen te reageren en de vergiftigende structuur rond seksueel grensoverschrijdend gedrag moeten stoppen. Er zijn genoeg fantastische kunstenaars die geen geweld gebruiken en hun macht niet misbruiken. Zij zijn ook mensen die het verdienen om in de spotlight te staan.

Esthetische houding

Maar kunnen we kunst die gemaakt wordt door grensoverschrijdende mensen loskoppelen van criminele feiten die de kunstenaars pleegden? Blijkbaar wel, het gebeurt immers vaak. Sommigen gebruiken het argument dat goede kunst nu eenmaal goede kunst is en bewonderd moet worden, los van wie het maakte. Dit is in zekere zin een schizofrene houding die vandaag nog sterk aanwezig is, met terechte, sterke argumenten. Een onderzoeksveld waar dit vaak voorkomt, is de muziekgeschiedenis. En het hoeft ook niet altijd te gaan over seksuele deviatie. Fascisme is ook zo’n vuil ding.

Le Sacre du Printemps – Igor Stravinsky

Igor Stravinsky’s oeuvre zit vol met invloeden van het fascisme. Sacre du Printemps verwijst naar uiteenlopende zaken, zoals het inzetten van het lichaam voor het collectieve, het offeren van de identiteit aan een groter geheel en de liefde voor de Slavische cultuur. Alle elementen samen wijzen ze op een componist die het fascistisch gedachtegoed door en door kende. Toch lijken veel mensen hier geen aanstoot aan te nemen. Het publiek zit hier precies niet zo hard mee in en blijft er van uit gaan dat dit werk als een meesterwerk van onze cultuurgeschiedenis moet beschouwd worden; een werk dat moet gevierd worden en dat niet hoort veroordeeld te worden. Wie deze houding aanneemt, benadert een kunstwerk louter als een esthetisch object, met een eigen verhaal, een eigen boodschap, los van enige sociale, maatschappelijke of politieke context.

Hetzelfde geldt voor R. Polanski. De feiten zijn wereldwijd gekend, al halen zijn films nog steeds het collectieve geheugen. Veel kijkers lijken zich er niet veel van aan te trekken. Herinner u ook de stemmen die opkwamen bij de affaire De Pauw waarbij mensen z’n programma’s nog steeds dik oké vonden? Tegelijkertijd vergeten we dat achter dergelijke programma’s vaak een groot team aan de slag is, waarvan de werknemers bij zo’n bekendmaking hun werk verliezen, ondanks dat ze wellicht nooit kwaad gedaan hebben. Hetzelfde is toepasbaar in de kunstwereld. Kunstenaars, curatoren… die gestraft worden voor grensoverschrijdend gedrag trekken andere mensen (assistenten, jobstudenten, medekunstenaars, instituten…) mee in hun put. We leren onze kinderen dat producten goed kunnen zijn ongeacht hun afkomst. Om discriminatie de wereld uit te helpen? En op zich is dat ook een goede zaak.

De gulden middenweg

Wat is de conclusie van dit verhaal? Als er al een verhaal kan gemaakt worden, dan bevindt ze zich waarschijnlijk ergens in het midden. Ultra-feministisch oordelen is vuur met vuur bestrijden en lijkt daarom geen goede oplossing. Al moeten en mogen we ons ook niet langer als ‘bange makke schaapjes’ laten doen. Niet als vrouw, niet als curator en niet als toeschouwer van zo’n conflicten. Wat niet kan, kan niet. Er moet op gereageerd worden. Het is aan ons om te kiezen wie we steunen en wat die steun inhoudt.

En toch, iemand kan een fantastische kunstenaar zijn en zich tegelijk als een verschrikkelijk individu met slecht karakter gedragen. We moeten ons niet verplicht voelen om deze mensen uit te sluiten. Ze hebben recht op dezelfde platformen als iedereen. Tegelijkertijd moeten we geen medelijden hebben met degene die geen spijt betuigen. We moeten bij het aanreiken van dat rechtmatige platform andere mensen niet buiten spel zetten. Er moet een balans worden opgemaakt, met in het achterhoofd het besef van het bestaan van een delicate grijze zone. Een zone van context en nuance. Een zone waarin een verhaal altijd twee kanten heeft. En bovenal een zone waarin discussie ten alle tijden mogelijk is. We moeten kunnen spreken zonder angst. We moeten kunnen spreken voor onszelf, af en toe eens tegen een ander. Het is een voorzet, een bouwsteen voor een samenleving waarin er geen nood mag zijn om teksten als deze te schrijven.

judy chicago - the dinner tableJudy Chicago – The Dinner Party
featured image: Zoe Buckman – Mostly it’s just uncomfortable