De vernieuwing van onderuit: Gouvernement

Het is dé plek waar creatieproces en trial and error centraal staan, waar we naartoe gaan om iets nieuws, merkwaardigs of ongezien te ontdekken. Mocht u ooit een Gouverneurbiertje in uw handen hebben, weet dat het ook afkomstig is van Gouvernement. Maar vergis u niet, het is geen place m’as-tu vu of een casual drankaangelegenheid. Het is wél een uiterst interessante, interdependent crossmediale artistieke werkplaats en cultureel platform. Gouvernement vormt al drie jaar lang de heimat van veel (inter)nationale kunstenaars, organisatoren en cultuursnuisteraars. Binnenkort ook van u?

EVAPOT_Gheistnightvol4© Gouvernement, Gheistnight Vol. 4

Een open multifunctioneel platform

U heeft Gouvernement misschien al zien passeren in mijn geheel arbitraire top vijf. Gehuisvest in de gelijknamige straat wisselt Gouvernement uiteenlopende culturele evenementen af, van tentoonstellingen tot concerten, van performances tot residentieprogramma’s. De klemtoon ligt op de ontkieming en ontluiking van artistiek potentieel dat zich medium overschrijdend opstelt. Het residentieprogramma Internen stelt bijvoorbeeld maandelijks een werkplaats ter beschikking aan een kunstenaar die kan rekenen op productionele en technische ondersteuning ten behoeve van hun praktijk. Daarnaast kan u er wekelijks terecht voor vaak experimenteel getinte, niet-categoriseerbare avonden. Experimenteel, omdat de plek vaak fungeert als een trial and error, creatief onderzoeklabo. De exposerende kunstenaars, performers of muzikanten komen uit verschillende hoeken van het land en daarbuiten en krijgen in Gouvernement een breed, stabiel platform aangereikt. Dat platform is vitaal voor een gezond, innoverend en zelf reflecterend landschap, omwille van de artistieke doorstroming die het op gang zet tussen de studerende/afgestudeerde kunstenaar en een breder professioneel werkveld. Door bewust kort op de bal te spelen blijft het bovendien een toegankelijke off space voor artistiek minded publiek – of ze nu kunstenaars, organisatoren, muzikanten, theatermakers of cultuurliefhebbers zijn.

EVAPOT_INTERNEN© Gouvernement en Naomi Kerckhoven, de 6e ‘interne’ of deelneemster aan het residentieprogramma, van 1 juni t.e.m. 30 juni 2017.

Net als vele andere gelijkaardige, kleine kunstruimtes opereert Gouvernement niet via tot in detail uitgewerkte cultuurseizoenen. Een deels vooraf uitgestippeld programma hoort wel tot hun werkethiek sinds de goedgekeurde projectsubsidies en de nauwe samenwerking met Kunstencentrum Vooruit vorig jaar. Het motto “Beter een goede buur dan een verre vriend” vertaalt zich in dit geval in bijzondere elektronische ear and eye candy, eigenzinnige sounds of niet zo zedige synthpop concerten en bevreemdende of fascinerende performances van opmerkelijke talenten uit binnen- en buitenland. Toch ijveren dergelijke organisatiestructuren voor vrijheid in programmatie en bevrijding van het stugge stramien waarin culturele instituten zich steevast bevinden. Een logische keuze als halte tussen twee “velden”, denkt u, maar dat impliceert evengoed continue onzekerheid en een constante knokpartij naar evenwicht en relatieve stabiliteit. Organisaties die zich positioneren als zo’n halte, groeien zelden uit tot een breder begrip. Het gebeurt wel, maar de weg is loodzwaar.

Hors catégorie

Er bestaat geen eenduidige noemer waaronder ik Gouvernement kan klasseren – mocht u dat nog niet zijn opgevallen in de introductie. Uitzonderlijk is dat niet. Veel off spaces of kleine culturele platformen trekken een veelheid aan uiteenlopende individuen aan, stellen zich geenszins monotoon op en zetelen vrijwillig hors catégorie. De creatie van een bloeiend netwerk volgt vanzelfsprekend uit die soms onconventionele houding, wat (jonge) kunstenaars en artiesten uiteraard kan bekoren. Zij krijgen de kans om aan boord te stappen van een TGV waar (bijna) altijd nog een plekje over is. Dat maakt hen uniek én broodnodig voor de reeds besproken onophoudelijke drang naar kunst die de realiteit tracht bij te benen en de jeukende neiging heeft om de grenzen af te tasten. De schaduwkant brengt echter de financiële zorgen of een ander deficit aan het licht. Als kleine kunstenorganisatie kan je niet beroep doen op dezelfde bronnen of investeerders die grote instituten steunen. Kan je als overheid (op nationale schaal) of als potentiële sponsors die “onvoorspelbare” organisaties voldoende tegemoet komen? Willen ze dat wel? Schept hun arbeidsethos (zoals vrijwillige inspanning en soms onregelmatige, eigenzinnige structuren) genoeg vertrouwen om zich te scharen tussen culturele organisaties van stabielere aard? En nee, ik steek hier geen pleidooi af voor meer beschikbare overheidsmiddelen want er zullen er altijd tekort zijn.

© Recyclart. Hoe een onschuldige zinspeling leidt tot absurde maatregelen.

Daarenboven is de relatie tussen die twee ‘kampen’, namelijk de off spaces/kleine kunstenorganisaties enerzijds en overheidsgesubsidieerde kunstinstellingen/musea anderzijds, nu eens helder, dan weer vertroebeld. De Vooruit mag dan wel een goede partner zijn voor Gouvernement, bij sommige vlot het minder goed. Zo moest het nomadisch fotoproject ‘Museum van de Fotografie van Brussel/Musée de la Photographie de Bruxelles’ de naam veranderen in ‘Fuseum van de Motografie van Brussel/Fusée de la Motographie de Bruxelles’, onder druk van een Waals kunstinstituut, ironisch genoeg, gewijd aan de fotografie. Het Musée de la Photographie Charleroi meent dat Recyclart, een van de trekkers van het project, niet het recht heeft om die specifieke naam te gebruiken als titel. Het is menens, want met enkele advocaten onder de arm wordt een dwangsom opgelegd die Recyclart niet kan betalen en, uiteraard, liever spendeert aan andere spraakmakende projecten. Kleine nuancering: het nomadisch project positioneert zich niet als een museum. Integendeel, het concept ‘museum’ wordt veeleer uitgerekt, in vraag gesteld, binnenste buiten gekeerd en hevig uitgedaagd – dat is al vaak gebeurd, zo leert de kunstgeschiedenis ons. Zo’n hevige reactie van een instituut omwille van een doorsnee titel is weliswaar meer uitzondering dan regel. Toch vraag ik mij af waar die gespannen relatie vandaan komt. Heeft dat instituut iets te vrezen of wordt hen waarlijk onrecht aangedaan? In een Gatziaans tijdperk waar samenwerking en participatie hoog in het vaandel gedragen worden, kan ik alleen maar hopen dat de boog minder gespannen staat tussen die twee ‘kampen’ en dat de kloof wordt gedicht.

EVAPOT_GenevaJ© Geneva Jacuzzi, Gouvernement, Kunstencentrum Vooruit, KASK en LUCA School of Arts

Enfin, ik geloof niet dat alle off spaces of kleine kunstenorganisaties zitten te wachten op een volwaardig pakket gouvernementele middelen – er zijn er ook niet genoeg en er zullen er nooit genoeg zijn. Het voelt wat ambigu aan. De een gedijt beter in een financieel relatief onafhankelijk circuit, de ander grijpt sneller naar stedelijke en later provinciale of Vlaamse middelen; de een floreert dankzij zijn tijdelijk karakter, de ander ambieert een langere, duurzamere toekomst. We kunnen ze niet over een kam scheren – daarvoor verschilt de aard van het beestje. Denk dus niet, “Oh, nog een tijdelijke invulling.” Er bestaat bovendien geen succesformule om een off space te runnen. Daar gaat het mij ook niet om. Het gaat mij om het belang en de verrijking die we krijgen wanneer we ons begeven naar die zogenaamde underground scene. Elk bezoek brengt een andere ervaring met zich mee, of ze nu “goed” of “slecht” is, maar in beide gevallen waardevol. Laten we het niet te stijf houden. Het loont de moeite uzelf te begeven naar die organisaties en de ontkieming van the next big thing of de ontplooiing van iemands artistieke praktijk gewaar te worden. Gouvernement is daar zo een van, knoop het in uw oren.

 

 

Featured image: © Gouvernement en Rutger De Vries, Kleurenluster tijdens HOOGTIJ/laagtij.