FAKE NEWS: valse Russische kunst in het MSK ?

Een kleine storm in de Belgische kunstwereld, want de grondvesten van het Museum voor Schone Kunsten daveren de voorbije maanden (opnieuw) sinds de heropening van de vaste presentatie. “Fake Kandinskys, Malevichs, Jawlenskys? Top curators and dealers accuse Ghent museum of showing dud Russian avant-garde works” kopt The Art Newspaper, De Standaard vult gretig aan met “Twijfels over Russische kunst in Gent”. De toeschrijving van kunstwerken, gemaakt door de crème de la crème van de Russische avant-gardistische kunst, is “defined as highly questionable.” Het gaat om ongeziene, uitzonderlijke werken van o.a. Kazimir Malevich, Wassily Kandinsky, Vladimir Tatlin, El Lissitzky, Natalia Goncharova en ga zo maar door. Moeten we de geloofwaardigheid van het MSK in twijfel trekken of is het een vorm van smaad? Wat staat er op het spel? Een uitgelezen kans om onze kanttekeningen m.b.t. toeschrijvingen en anonieme werken eens neer te pennen — en de titel “fake news” gebruiken om het nog dramatischer te maken.

Wat vooraf ging

Elke vier jaar worden de beleidsplannen in alle musea herbekeken en dat gaat vaak gepaard met een grondige evaluatie van de bestaande collectie. Het is niet de eerste keer dat directrice Catherine de Zegher beslist om delen van het museum te vernieuwen, al gebeurde dat deze keer zeer grondig. Het volledige museum kreeg in enkele maanden tijd een nieuw laagje verf, de opstelling veranderde, er werden nieuwe werken aangekocht en oude werden opnieuw vanonder het stof gehaald. Dat resulteerde in een hernieuwde vaste presentatie, zowat ergens eind oktober 2017.

heropstelling msk©MSK Gent

In de gewijzigde presentatie bevindt zich nu een gloednieuwe zaal, gevuld met Russische modernistische kunst en tevens het mikpunt van de storm. “Het was een ‘kinderdroom’ van de Zegher om ooit Russische kunst binnen te halen in het MSK.” De directrice heeft met die periode een grote affiniteit – zoals ze dat heeft met tekenkunst – die een loutere voorliefde overstijgt. De Moscow Biennale of Contemporary Art in 2013 werd bijvoorbeeld gecureerd door de Zegher en ze werkte ook samen met het collectief Gorod Unistov.

De zaal in kwestie is mede tot stand gekomen dankzij Stichting Dieleghem, opgericht door Igor en Olga Toporovski, om een aantal van hun werken tijdelijk te laten onderbrengen in het MSK. De Toporovskis hebben geen display gevonden voor de werken omwille van een bureaucratische vertraging en de Zegher stelt ze met genoegen tentoon. Het gaat dus om werken in bruikleen, d.w.z. dat ze na een bepaalde periode opnieuw uit het museum zullen verdwijnen. Stichting Dieleghem bezit de werken nog steeds, maar het MSK mag er een aantal jaren mee pronken.

Steeds meer musea, zoals het MSK, schakelen over op dat systeem van de (langdurige) bruikleen. Ook de nieuwe aanwinst van James Ensors De Melancholische Viswijven zal uiteindelijk terugkeren naar zijn oorspronkelijke (anonieme) eigenaar. Waarom? Museumwaardige topwerken worden vandaag aan zo gigantische prijzen verkocht dat het MSK zelden een waanzinnig bedrag kan ophoesten. Het beschikbare kapitaal voor de aankoop van kunstwerken van musea zoals het MSK verbleekt ten opzichte van dat van Tate Modern of Metropolitain Museum. Werken lenen lost dit probleem enigszins op. Het is de ideale manier om kunst, aangekocht door privé-eigenaars, een plaats te geven in de publieke sfeer.

Team ‘openbare brief’

De voorbije week verschenen verschillende persberichten die de authenticiteit van de 26-delige bruikleen in twijfel trok via een handgetekende, open brief. Was het MSK hiervan op de hoogte? In de brief staan volgende argumenten. De werken in kwestie hebben geen geschiedenis van voorafgaande tentoonstellingen. Sommige van deze werken ontbreken in de oeuvrecatalogi van de kunstenaar(s) in kwestie. De beschilderde ‘doos’ van Malevich zou een uiterst atypisch object zijn, mits niemand bronnen noch informatie vindt van zulke objecten. Verder halen ze aan dat het MSK geen catalogus heeft voorzien voor de objecten en dat er, naast de zaalplaatjes, geen enkele andere bron van informatie voorhanden is over de objecten. Ze vragen om in die omstandigheden het onderzoek door externe experten en de communicatie hierover transparant te houden tussen de betrokken partijen – zijnde Stichting Dieleghem, het MSK, het publiek en kunsthistorici. Ze wijzen de vinger op het afwezig chemisch onderzoek, waardoor twijfelachtige werken nu op display staan. Kleine kanttekening: dubieuze werken die de kunstmarkt betreden en onder de hamer gaan, moeten voorzien zijn van toereikend correct gestaafde informatie. In de museumwereld is het doorgaans niet de bedoeling om bij elke bruikleen een apart onderzoek te voorzien.

Team MSK

Dat het MSK niet blij is met deze open brief, moeten we u waarschijnlijk niet meer vertellen. Het heeft publiekelijk geantwoord op de bewuste beschuldigingen. Zij gaan ervan uit dat de werken wel degelijk authentiek zijn. De Toporovskis en het museum menen over de nodige informatie en archiefstukken in documentatiemappen te beschikken. Die vertrouwelijke informatie blijkt eveneens een aantal stukken te bevatten uit de collectie van de bekende familie Peynser, die banden had met de verzamelaar Costakis die een van de meest toonaangevende collecties van avant-gardistische Russische kunst beheerde. De werken uit de collectie zouden deels aangekocht zijn tijdens de Perestrojka (het 5-jarenplan van ‘openheid’ dat President Gorbatsjov in 1985 invoerde, uit schamele hoop zo de USSR nog te redden). De Zegher heeft de documenten van de stichting uitgebreid bestudeerd en vertrouwt hen op hun woord.

Daarnaast communiceert het museum dat ‘de aanklagers van dienst’ altijd welkom zijn om de betreffende documenten in te kijken – iets wat ze nog niet gedaan zouden hebben. Bovendien gaat het hier om een weliswaar tijdelijk deel van de vaste collectie, niet om een aparte tentoonstelling, wat de afwezigheid van een catalogus verklaart. Als laatste tegenargument haalt het MSK aan dat het voor musea niet gangbaar is om bij iedere bruikleen een uitvoerig chemisch onderzoek te verrichten. De Zegher beweert dat de documenten voldoen om de afkomst van de “problematische” objecten te bewijzen en dat dergelijk onderzoek enkel nodig is wanneer ze verkocht zullen worden door het echtpaar. Bruiklenen zouden onmogelijk worden indien alle werken eerst een materiaaltechnisch onderzoek zouden ondergaan.

Verdict? Elf personen, waaronder zes kunsthandelaars, zijn ervan overtuigd dat de authenticiteit van de objecten questionable is. Maar daar blijft het bij. Ze komen naar buiten met ietwat slappe argumenten, zonder de documenten in te kijken. Ze maken een persoonlijke aanval op de Zegher door te menen dat “het niet is omdat ze ooit een Biënnale in Moskou cureerde, ze zich een kenner van Russische kunst kan noemen.” Ze beweren ook niet uit eigen belang te spreken, maar strooien zelf wel gewaagde informatie in het rond – iets met de pot en de ketel, weet u. Het MSK daarentegen vindt wel correct gehandeld te hebben en een goeie band met de stichting te willen onderhouden. In de algemene repliek houdt het museum haar been stijf: er is geen misleidende informatie verspreid. Wie snel alle feiten en speculaties op een rijtje wil, gaat best naar deze link.

De laatste informatie is een bericht van Minister van Cultuur Sven Gatz die een commissie zal aanstellen om de authenticiteit van de werken te gaan onderzoeken. Dit artikel verscheen gisteren in Metro.

Schermafbeelding 2018-01-18 om 20.35.20.png

En nu? Laten wij ons terzijde houden van de discussie ‘fake or not fake’ en onszelf eerder verdiepen in de toeschrijvings-herrie, want bovenstaande discussie is geen uitzondering. Bestaat er wel zoiets als een sluitend en waterdicht antwoord? Laten we een kijkje nemen in de wondere, bikkelharde wereld van ‘kunstkenner vs. kunstkenner’.

Toeschrijven, een hachelijke taak

Dateren, traceren, documenteren en toeschrijven van kunstwerken, het vormt misschien wel een van de meest fantastische en cruciale doch problematische jobs binnen het cultureel landschap. Het is een moeilijke positie, waarbij de kampen vaak verdeeld én bezaaid zijn met experten die elk hun gelijk willen halen. En dat vaak in hun eigen belang. Er staat veel op het spel bij ‘dé toeschrijving’ van een kunstwerk.

Voldoende onderzoek, wat betreft toeschrijving en materiële conditie of whereabouts, is evenwel noodzakelijk. Bij elke kunstenaar hoort een oeuvre en daar horen wij ook actief naar te zoeken. Of elk werk één kunstenaar kan hebben, is een andere discussie. Naast de vele debacles over toeschrijvingen hebben veel kunsthistorici ooit een andere kaart getrokken: de kaart van de kunstgeschichte ohne name of een kunstgeschiedenis zonder naam. Het belichaamt de idee dat niet elk topwerk moet vertegenwoordigd worden door een topnaam en dat de kracht van een anoniem werk soms beter de tijdsgeest van de desbetreffende periode beschrijft. Het moeten niet allemaal top-Rubensen en top-Malevichen zijn. Maar de kleinste lacune binnen zo’n verslag of onderzoek kan leiden tot een peperdure rekening en het publiekelijk aan de schandpaal nagelen van de ongelukkige onderzoeker, expert of opdrachtgever in kwestie. In dit geval wordt de credibiliteit van een museum fel aangevallen, zeker wat betreft de rechtstreekse verbale vlaag aan het adres van de Zegher. “When Ms. de Zegher became the director of the MSK she declared that her task was to create an “open museum”. Unfortunately, she opened the institution entrusted to her with questionable works.” Harde woorden. Een mens zou voor minder 30-dagen-zonder-klagen aan de kant schuiven.

Het oor van Morelli en oeuvre-egalisatie bij Bosch

oren morelliDe befaamde oren-studies van Morelli

Een van hun argumenten suggereert dat bepaalde werken onvindbaar zijn in erkende oeuvrecatalogi of geen overeenkomstig werk zouden hebben in het bestaande oeuvre. Allemaal goed en wel, maar hiermee impliceren ze dat het bestaande oeuvre nu grotendeels homogeen is en geen plaats heeft voor meer off-track realisaties. Die drang naar homogeniteit vinden we terug bij de 19de-eeuwse opmars van een nieuw type kunsthistoricus: de connaisseur of kunstkenner, die dankzij voornamelijk empirisch onderzoek oeuvres kon samenstellen op basis van vormelijke kenmerken (denk aan een handschrift, de toets of “hand van de meester”, materiële conditie, kleur- en materiaalgebruik…). Giovanni Morelli, een Italiaanse kunstcriticus afgestudeerd als arts, achtte de hand van de meester te ontleden in anatomische details zoals een oor. Aan de hand van oren geschilderd op gelijkmatige wijze en met behulp van fotografisch materiaal, kon de connaisseur een oeuvre opstellen die wedijverde met andere bestaande, meer wetenschappelijke en academische methodes.

bosch kruisdragingHiëronymys Bosch – De Kruisdraging

De hetze lijkt enigszins op die van een paar jaar geleden, toen het Bosch Research and Conservation Project De kruisdraging, een iconisch meesterwerk in het MSK, verwierp van zijn huidige toeschrijving. Het was dus geen ‘echte’ Hiëronymus Bosch meer, maar een werk dat uit de omgeving van de kunstenaar kwam. Vergelijkende studies van anatomische details van figuren alsook de onmogelijkheid om dendrochronologisch onderzoek uit te voeren op het paneel vanwege de labiele staat van het werk, ontdeden Bosch als oorspronkelijke kunstenaar van het werk. De kruisdraging wijkte af van andere overgeleverde kunstwerken die wel door het BRCP werden toegeschreven aan hem. Vandaag zien we als restant van dat debat nog altijd een klein bordje naast het icoon in het MSK, met de bevindingen van het BRCP. Het MSK beschouwt het werk echter nog steeds als een echte Bosch.

bosch onderzoek ANP
Onderzoek door het BRCP © apn

Op grond van enkele losse en soms aleatoire argumenten, die tijdens bloedstollende debatten snel weerlegd werden door gerenommeerde experten, staat De kruisdraging nu buiten het meer geëgaliseerde oeuvre van Bosch. Er is geen ruimte voor intrigerende abnormaliteiten, spraakmakende verschillen of wetenswaardige anomalieën. Neen, als een kunstenaar voor 80 procent op die manier te werk gaat, maakt die andere 20 procent (een experiment? Een probeersel?) weinig kans om opgenomen te worden in het homogene oeuvre. Dan hebben we het nog niet gehad over potentiële atelier-assistenten die mee schilderden aan het werk.

Daarenboven hebben we allemaal wel eens een mindere dag. Ook Malevich, Kandinsky of Tatlin zullen wel eens met het verkeerde been uit bed gestapt zijn en niet elke dag een topwerk geschilderd hebben met dezelfde schilder- of tekenstijl. Rafaël heeft bijvoorbeeld vier verschillende stijlen gehanteerd in zijn ondertekeningen. Ook hedendaagse kunst kunnen we hierbij betrekken. Elk materiaal, elk onderwerp of elk project vraagt om een andere houding of stijl die misschien amper te verenigen is met voorgaande stijlen. Dat beseffen we als kunstwetenschapper of (jonge) kunstenaar maar al te goed.

Het is een gevaarlijke spelletje om je te werpen in dergelijke toeschrijvings-discussies. We wachten met Klap in spanning af en kijken vooruit met een kritische blik naar het verdict van de expertencommissie.

 

Dit artikel kwam tot stand door een samenwerking van redactieleden Eva Pot en Josefien Cornette.

Featured image: © Stichting Dieleghem