De vernieuwing van onderuit: CONVENT, Space for Contemporary Art

Nog geen twee lentes oud stelt Convent zich nu al kandidaat als een beloftevolle tentoonstellingsruimte die hoge internationale toppen kan scheren. De voormalige zusterschool of convent (nomen est omen) in de Tennisbaanstraat, nabij Sint-Pietersstation, herbergt een verborgen parel van weinig tot nooit in de Benelux exposerende kunstenaars. Al overtuigd?

afb 1 eva© Convent, beeld van de expo ‘Nude Drawing’ van Niklaus Rüegg.

Opgericht door de veelbelovende jonge curatoren Wouter De Vleeschouwer en Jeroen Staes samen met Pauline Scharmann, mikt Convent op een hoofdzakelijk internationaal programma dat tot op een bepaalde hoogte complementair kan zijn met instellingen zoals KIOSK en het S.M.A.K, die ze allebei mogen rekenen tot een kind aan huis. Na hun ervaringen tijdens de postgraduaat Curatorial Studies willen De Vleeschouwer en Staes voornamelijk hedendaagse buitenlandse kunstenaars tentoonstellen die relatief onbekend zijn bij het brede kunstpubliek of die nog geen expositie hebben gekregen in België. Nu eens wordt gekozen voor een klassieke opstelling, dan weer realiseren ze ter plekke installaties of performances. Onder de noemer ‘Convent invites’ verhuren ze de ruimte aan derden, die eveneens een artistieke invulling plannen voor de ruimte. De thematische, groeps- en solotentoonstellingen wisselen elkaar niet snel af, in tegenstelling tot andere organisaties, en daarom is Convent op dat vlak een unicum. Die tijdspanne van enkele maanden zorgt voor voldoende ademruimte om de expo te bezoeken en waarderen. Zo vertoeft de huidige expo Im Gebiss der Zeit (een postuum overzicht van de Duitser Nortbert Schwontkowksi) twee maand in de ruimte – een dankbare afwisseling naast alle vluchtige projecten.

afb2© Convent, rondleiding door Bart Stolle tijdens zijn expo ‘Low Fixed Media Show’.

Convent is een schoolvoorbeeld voor ruimtes die een helder licht durven werpen op beeldende kunst, zonder zich te begeven in het soms troebele vaarwater van chaotische, alle disciplines bijeen geprogrammeerde ‘smeltkroesprojecten’. Door resoluut in te zetten op actuele tendensen in de kunstwereld binnen een globaal en uitdagend kader, weren zij drempel verhogende zaken uit hun werking. Het af en toe moeilijk verstaanbare karakter van contemporaine kunst leidt geregeld tot een ontoegankelijke of ongemakkelijke sfeer waar Convent mee wil breken. Dat doen ze door voldoende tijd te wijden aan projecten. Maar helaas is dat een luxe waarvan zij als uitzondering kunnen genieten en die jammer genoeg sporadisch voorkomt.

afb 3 eva© Convent en Ciprian Muresan met Untitled (2013 – 2014) en Bucharest City Model (2016 – 2017).

Elke organisatie, al dan niet tijdelijk van aard, moet aan een minimum aantal evenementen geraken om de maandelijkse huur en andere financiële lasten tegemoet te komen. Dat verklaart deels de rush die sommigen nastreven. Die kleine kunstenorganisaties en off spaces vallen terug op subsidies enerzijds en, zoals het doorgaans mijns inziens foutief omschreven wordt, “alternatieve” middelen anderzijds om hun projecten te bekostigen. Alternatief, zoals sponsoring, drankinkomsten, crowdfunding, eigen inbreng, inkom vragen (hoewel dit amper tot niet voorvalt)… Waarom die manieren als alternatief worden bestempeld is mij onduidelijk, want het geeft enigszins de foute schijn dat het niet de meest voor de hand liggende middelen zijn, noch dat het courante of populaire middelen in omloop zijn. De meesten raadplegen gelijkaardige middelen, die vrij commercieel, toegankelijk en praktisch zijn. Een bar openhouden, met als optie gesponsorde drank, komt vaak voor omdat het nu eenmaal ‘gezelliger’ aanvoelt voor de bezoeker om tussen het kunst kijken door te praten met, ik zeg maar iets, een pint in de hand. Terecht dat er daarop wordt ingezet. Niets breekt het ijs meer dan een ‘huiselijke, open’ sfeer. En door verschillende disciplines te betrekken in één project, trekt het waarschijnlijk meer volk aan dat, zonder enige twijfel, oprecht voor de kunst komt en zo de organisatie in kwestie (in)direct steunt.

afb 4 eva© Levalet.

Helaas wordt soms stiefmoederlijk omgegaan met beeldende kunst. Ik merk dat niet alleen in Gent, maar ook daarbuiten. Wanneer een nieuwe hippe kruisbestuivingsplek, een muzikale festivalcarrousel of een tijdelijke invulling de deuren opent, draait het er in hoofdzaak om muziek, performances en andere performatief getinte acties. Ze vullen een publieke gelegenheid aan met beeldende kunst die in redelijk wat gevallen een erbarmelijke plaats krijgt naast alle andere bezienswaardigheden. Waar muziek is, moet er blijkbaar automatisch iets beeldend zijn. Goed, cross-overs en artistieke wisselwerkingen bouwen vanzelfsprekend mee aan een interessante, vibrerende en dynamische sfeer waarbij het publiek, de kunstenaars en de organisatie van elkaar iets kunnen opsteken, of waarvan ze in ieder geval kunnen genieten. Is er een hoek over waar beeldende kunst tot zijn recht kan komen? Kan er een breder publiek bereikt worden door er iets beeldends te zetten? Voegt een beeldend kunstwerk iets waardevols toe aan de rest van de omkadering? Programmeren maar – het zijn maar enkele vragen, maar doe maar – ik meen het. Alleen, doe het met respect. Behandel beeldende kunst niet als een extraatje. Beschouw het niet als iets waaraan je geen tijd of geld wil spenderen, of waarvan je denkt dat de opstelling en belichting een fluitje van een cent zijn. Respecteer het werk – liefst de maker ook – en belicht haar positieve kanten zodanig dat het floreert in de ruimte, tussen de andere werken of activiteiten, en misschien zelfs de toegankelijkheid bevordert. Zoals een podiumtechnieker zorgvuldig en eerbiedig de stem- en instrumentengeluiden afstemt op de ruimte, zo zou je moeten omgaan met beeldende kunst.

Convent belichaamt die fatsoenlijke houding perfect in hun scherpe internationale programmatie. Het is een stille toewijding aan de kunst van het coördineren, opstellen en voltooien van hedendaagse kunstwerken. Een eerlijke handelwijze waarnaar ik opkijk en streef.

 

Featured image: © Convent, zicht op het gebouw.