De Female Gaze: Julia Margaret Cameron als vrouwelijk oog achter de camera

Van ver lijkt dit beeld op een klein, geschilderd tafereeltje, maar dat is het niet. Het poëtische beeld met vijf figuren, die in een zorgvuldig uitgedachte compositie opgesteld staan, verwijst naar een gedicht en is wel degelijk een foto. Dit beeld wordt in 1866 door Julia Margaret Cameron gemaakt, wanneer de fotografie nog niet eens zo oud is. Als dit nieuwe medium in het begin van de 19de eeuw ontstaat, wordt het voornamelijk ten dienste van andere wetenschappen gebruikt.

Iemand die heel snel de kunstwaarde ervan inziet, is de Engelse Lady Julia Margaret Cameron. Geboren als Julia Margaret Pattle, de dochter van een koloniaal ambtenaar in Engels India, groeit ze deels op in Frankrijk en India. Na haar schooltijd in Frankrijk keert ze naar India terug om daar met Charles Hay Cameron te trouwen. Na zijn pensionering reizen ze naar Engeland, om er uiteindelijk in 1860 een huis op het eiland Wight te kopen. In 1963, op haar 48ste, krijgt Julia Margaret Cameron van haar dochter en schoonzoon een camera, “om iets om handen te hebben nu het ouderlijke nest leeggelopen is”’. Hoewel Cameron al eerder met fotografie bezig is geweest, begint haar fotografisch avontuur nu pas echt.

We schrijven 1866 en Julia Margaret Cameron is al twee jaar als fotografe aan de slag. Professioneel is dat niet, ze is immers een vrouw. Maar omdat ze als echtgenote van goede komaf de tijd en de middelen heeft, kan ze wel binnen haar eigen kringen haar gang gaan en eigen ding doen. Dat doet ze met een vastberadenheid die menigeen verbaast. Modellen vindt ze overal en zelfs op straat probeert ze mensen te overtuigen om voor haar te poseren. Dat mevrouw Cameron een dame met doorzettingsvermogen is, mag gezegd worden. May day is een foto die daarvan getuigt. In het midden zien we Mary Ryan, een meid van Cameron, die getooid met een krans het hoofdpersonage wordt van het gedicht ‘The May Queen’ van Alfred Lord Tennyson, een vriend des huizes. Het gedicht zelf refereert aan de Engelse traditie om op de eerste dag van mei een jong meisje te kronen als de koningin van mei.

Cameron werkt inmiddels met een grotere camera met grotere glasnegatieven. Zo kan ze veel beter gestalte geven aan de ‘tableaux vivants’ die ze voor ogen heeft – en die zijn baanbrekend voor de tijd waarin ze leeft. Cameron weet wat ze wil en gaat op een onconventionele manier te werk. Ze ziet bijna een visioen van hoe de foto er moet uitzien en schuwt de occasionele ‘fout’ niet. Een wazig beeld, een onscherpe haartooi, een al dan niet toevallige kras of vlek in het negatief: het deert haar niet. Integendeel, ze maakt ze met opzet. Ze wil foto’s met karakter, die er een beetje rommelig uitzien.

cameron2Julia Margaret Cameron, John Herschel, 1867.

De petite histoire vertelt dat John Ruskin haar portfolio met een kreet van afschuw dichtklapt, als ze hem een reeks met onder meer deze foto van de bekende wetenschapper John Herschel laat zien. Hij vindt het heiligschennis om de bekende wetenschapper met verwarde haren en zonder enige verwijzing naar zijn functie of waardigheid weer te geven. Maar net dat is wat Cameron niet wil. Wat in die tijd de gewoonte is, negeert zij helemaal en ze doet haar eigen zin met haar onderwerpen. Het is haar blik, haar oog, haar foto en dat straalt er langs alle kanten van af. Cameron kent Herschel al jaren en wil helemaal geen stijf staatsieportret maken van deze oude vriend. Ze draagt hem op om zijn haar te wassen en brengt het zo in de war dat het oplicht als een aureool. Ook het camerastandpunt komt van erg dichtbij, zodat alleen het hoofd en de schouders op het negatief gevat worden. De donkere kledij van de man draagt ook bij aan de sfeer die het beeld uitstraalt, een onaards, visionair portret.

Aan sir Henry Cole, de stichter van het South Kensington Museum (het latere V&A) schrijft ze in mei 1865 een begeleidende brief bij haar portfolio, waarin ze benadrukt hoezeer het haar zou verheugen om haar foto’s in de vaste collectie van het museum te zien. Het ontbreekt haar duidelijk niet aan zelfvertrouwen of bescheidenheid en ergens is dat geheel terecht.

cameron3Julia Margaret Cameron, Sir Henry Cole, ca. 1870.
© Victoria and Albert Museum, London

In het dagboek van Cole, die bovendien ook een van de organisatoren van de Wereldtentoonstelling in 1851 was én de uitvinder van de allereerste gedrukte kerstkaart, lezen we dat hij ook voor haar gaat ‘zitten’, zoals dat toen heette. De eerste foto is helaas verloren gegaan, maar zij heeft de man meer dan één keer gefotografeerd. Bij Cole vindt ze onderdak: hij organiseert de eerste en enige tentoonstelling van haar werk tijdens haar leven.

Het valt niet te ontkennen: Cameron valt op en haar stijl krijgt naam, nog geen achttien maanden nadat zij begonnen is met fotograferen. Mensen willen zich laten fotograferen in de stijl van mevrouw Cameron. Wat ze doet, is immers uniek en nooit vertoond. Naast de stijve en houterige portretten van beroepsfotografen is het niet verwonderlijk dat mensen neigen naar haar minder vormelijke en bijna exotische manier van fotograferen. Onder meer Alfred Tennyson, Henry Taylor, Robert Browning, William Michael Rosetti (broer van de beroemde Dante Gabriel!) en Julia Jackson, de moeder van Virginia Woolf, hebben geposeerd voor haar lens – om er maar een paar te noemen.

Cameron is niet dom en laat haar foto’s al van bij het begin van haar carrière registreren voor copyright. Ook stuurt ze met de regelmaat van de klok foto’s in voor wedstrijden of naar de redactie van magazines. Bij momenten wordt ook haar geslacht vermeld en dat, samen met de controversiële en eigenzinnige manier waarop zij de camera hanteert, lokt veel discussie uit. Ze wordt herhaaldelijk aangevallen in pers en media. Deze kritiek lijkt haar niet te deren; ze geniet vooral van alle lof die haar ten deel valt.

Ze kan terecht trots zijn, want haar foto’s zijn erg vernieuwend. De opzettelijke krassen en fouten, de wazige beelden en de vlekken: het is haar fotografische stempel die haar veel kritiek oplevert, maar die tegelijkertijd ook de discussie, die nog erg levend is, opent. Is het een foto, die inherent objectiviteit en neutraliteit weerspiegelt? Of is het door de schoonheid en puurheid van de composities en haar geheel eigen stijl en stem, kunst? Zij is overtuigd van het laatste en heeft meerdere malen er een lans voor gebroken in de verdere geschiedenis van het medium fotografie. Ik deel de mening van deze straffe dame en kan alleen maar bewondering hebben voor iemand die met zoveel verve en branie haar ding heeft gedaan, telkens opnieuw.

We kunnen dus rustig stellen dat Lady Julia Margaret Cameron baanbrekend werk heeft verricht op het gebied van de fotografie. Terecht is zij dan ook opgenomen in de nieuwe tentoonstelling ‘Victorian Giants’ in The National Portrait Gallery in Londen. Cupid’s Pencil of Light’ is het statement dat Cameron op het einde van haar leven maakt als geslaagde metafoor van de fotografie. Als er één beeld is dat hier het laatste woord moet krijgen, dan is het wel dit.

cameron4Julia Margaret Cameron, ‘Cupid’s Pencil of Light’, 1872.

 

Aanraders voor wie meer wil weten:
Cameron, J.M. The Annals of My Glass House. 1874. First published in Photo Beacon (Chicago) 2 (1890): 157-60. https://macaulay.cuny.edu/eportfolios/lklichfall13/files/2013/08/Cameron-Annals-of-My-Glass-House.pdf.
Daniel, M. Julia Margaret Cameron (1815-1879). In Heilbrunn Timeline of Art History, New York: The Metropolitan Museum of Art, 2000. http://www.metmuseum.org.
De Smet, J. et al. Julia Margaret Cameron, Catalogus nav de overzichtstentoonstelling in het MSK, Uitgeverij Snoeck, 2015.
Higgins, C. Julia Margaret Cameron: soft-focus phogtographer with an iron will. In The Guardian, 22 september 2015. http://www.theguardian.com/artanddesign.
Powell, T. Victorian Photographs of Famous Men & Fair Women by Julia Margaret Cameron / With Introductions by Virginia Woolf & Roger Fry. London : Hogarth Press , 1973.
Featured image: Julia Margaret Cameron, ‘May Day’, 1866.