Moord door … behangpapier: Arsenicum in huis-, tuin- en keukengebruik

Whodunit

Iedereen die wel eens een Engelse detective leest, weet dat het moordwapen al eens kan bestaan uit een onschuldig ogend pakje wit poeder: wit, quasi kleur- en geurloos en vrijwel niet te traceren, want dodelijk in kleine dosissen. We hebben het uiteraard over het product arsenicum, beter bekend als arseen. Van Dale leert ons dat arseen een chemisch element uit de vijftiende groep van het periodiek systeem is, atoomnummer 33 om precies te zijn. Vandaag weten we dat dit goedje helemaal niet zo onschuldig is. Maar in de 19de eeuw was het huis-, tuin- en keukengebruik ervan een doodnormale zaak – vooral in het behangpapier.

INGE4.jpg
Yellow. William Cooke, Leeds, UK, 1880, Courtesy of Thames & Hudson

La petite histoire
Historisch gezien was het product al bekend tijdens de oudheid. Keizer Nero zou het onder meer gebruikt hebben om zijn rivaal Britannicus een kopje kleiner te maken en volgens verhalen zou Napoleon op Sint-Helena bezweken zijn aan het behangselpapier in zijn kamer. Ook Hippocrates was bekend met het middel arseen. Hij beweerde dat het in kleine dosissen zelfs een geneesmiddel kon zijn tegen bepaalde huidziekten.

Fashionable green
Toen in 1778 koperarseniet werd ontdekt, werd arsenicum pas echt populair. Het zout was goedkoop en leverde een prachtige groene kleurstof op, die tijdens de victoriaanse periode in de mode kwam. Wie ook maar een muur te behangen had, wierp zich enthousiast op de laatste nieuwe mode en daar maakten behangpapiermakers uiteraard slim gebruik van. In het boek ‘Bitten by Witch Fever‘ door Lucinda Hawksley, een illustere achter-achter-achterkleindochter van Charles Dickens, wordt het gebruik van arseen getest in 275 authentieke victoriaanse stalen van behangpapier. Allemaal blijken ze positief te zijn. Ongelooflijk maar waar: ook William Morris en Christopher Dresser maakten zich hier schuldig aan. Alle afbeeldingen van behangpapieren in dit artikel zijn ‘besmet’ met dit middel.

inge.jpeg
Lucinda Hawksley, Bitten by Witch Fever, Wallpaper & Arsenic in the Victorian Home, Thames & Hudson, 2016

Behangpapier

inge5
Corbière, Son & Brindle, London, UK, 1879, Courtesy of Thames & Hudson

De prachtige groene kleurstof gebruikte men in de 19de eeuw massaal in het behangpapier. Gemiddeld dertig gram per vierkante meter! Deze minimale hoeveelheid was genoeg om mensen grote gezondheidsproblemen te doen krijgen. Vooral kinderen waren hiervan de dupe. Een Engels artikel verhaalde over een metselaar genaamd Turner (niet gerelateerd aan de schilder) die in 1862 drie van zijn vier kinderen aan een mysterieuze ziekte verloor. Eerst dacht men aan difterie, maar toen ook het vierde kind, Ann Amelia Turner, ziek werd en net dezelfde verschijnselen vertoonde als haar broers en zussen, werd er groot alarm geslagen. Het mocht niet baten: ook het laatste kind moest het met de dood bekopen. Pas nadien – er werd een lijkschouwing uitgevoerd – openbaarde de link zich met het groene behangpapier.

De fabrikanten wilden in eerste instantie niet toegeven dat er een probleem was. Morris himself woonde met zijn familie in een huis waar dergelijk behang in overvloed aanwezig was en toch vertoonden noch hij noch zijn medebewoners lichamelijke klachten. Hij was ook een fervent tegenstander van machinaal geproduceerde producten en wilde de idee van handbeschilderd design niet opgeven. Bovendien was het Engelse behangpapier befaamd, het stak zelfs het Franse design naar de kroon. Logisch dat deze ondernemers hun lucratieve bezigheid niet meteen wilden staken. Uit verschillende bronnen werd ook duidelijk dat mensen zich niet in eerste instantie aan de aanwezigheid van de giftige stof stoorden, maar aan het feit dat het behangpatroon vervaagde doordat het poeder van het behang af dwarrelde en overal een groene waas achterliet. Vanaf de jaren 1850 sprongen de media echter op het fenomeen en voerden heftig campagne tegen arsenicumbehang. Het duurde toch nog lang vooraleer ze de strijd wonnen: pas in 1890 verdween het goedje helemaal uit de handel en dat was enkel te danken aan het feit dat mensen het gewoon niet meer wilden kopen, mede door de mediahetze.

Toepassing in huis-, tuin- en keuken
Arseen werd niet alleen toegepast in behangpapier, maar ook gewoon in de drogisterij verhandeld onder andere vormen. Zo trof men het frequent aan in rattenvergif alsook in zeep. Kwakzalvers pasten het zelfs toe in zogenaamde wondermiddeltjes en veroorzaakten zo uiteraard veel meer zieken. Lange tijd werd arseen ook gezien als middel tegen hardnekkige ziektes van die tijd, zoals syfilis, een seksueel overdraagbare aandoening, waar onder meer veel kunstenaars mee te kampen hadden.

inge6
Bitten By Witch Fever: Wallpaper and Arsenic in the Nineteenth-Century Home by Lucinda Hawksley

Eind goed, al goed
In 1879 verscheen de derde editie van ‘Our Domestic Poisons‘, door Henry Carr waarin hij zich goedkeurend uitliet over de producenten van arsenicumvrij behangpapier. Hij prees hun volharding om te bewijzen dat ook dit behang aan alle eisen van de open markt kon voldoen en hoopte dat alle producenten de ingeslagen weg zouden volgen. En zo kwam er een einde aan de heksenjacht, de ‘witch fever’, om het met de gevleugelde woorden van Morris te zeggen: ‘They (docters, sic) were bitten as people were bitten by the witch fever’.

Mooi om te zien is wel hoe de designs van vroegere tijden vandaag de dag terugkomen – zonder arseen welteverstaan – en nu weer populairder dan ooit worden. En geef toe: het heeft wel iets om aan je gasten te kunnen vertellen dat jouw behangdesign vroeger een stille moordenaar was. Een erg goede insteek voor een potentieel aankomend themafeestje.

inge3
Een behangpapierdesign door William Morris.