De draaitafel van het leven: Hoe het alledaagse theatraal en het theatrale alledaags wordt

Loopstation: de eeuwigdurende herhaling van de menselijke habits in zijn habitat. Opstaan, ontbijten, naar het werk gaan, thuiskomen, tafel dekken, omkleden, naar bed. Het zijn die routines die steun en houvast bieden, die momenten van rust en helderheid die normaal gezien zo onderbelicht zijn en als vanzelfsprekend gezien worden. Ontroerend Goed (het gezelschap onder artistieke leiding van Alexander Devriendt) belicht in zijn meest recente voorstelling Loopstation juist deze handelingen.

De link met de titel is inhoudelijk evident: het leven als een loopstation, de constante herhaling van eten, werken en slapen, omhuld door nieuw leven (geboorte) en de dood.

Ook wat de vorm betreft is er een grote link. De term ‘loopstation’ roept associaties op met de antieke platenspeler en met de (modernere) draaitafel. Op het podium zien we deze draaitafel direct: bovenop de planken bevindt zich de draaischijf. De schijf draait met de klok mee en valt te zien als het ritme en de tijd tegelijkertijd. Daar bevindt zich de routine van alledag. Op de draaitafel eromheen is er bovendien het een en ander gaande: het zijn de ‘knopjes’ van de draaitafel die invloed hebben op de ‘inhoud van’ en de acties op de draaischijf. En stap je van de draaitafel, dan sta je off stage, bij ons als de ‘gewone mens’, het publiek.

Loopstation begint op de al draaiende draaischijf met actrice Karolien de Bleser die de microfoon van de standaard pakt en ons toespreekt. Enkel zij is belicht. Ze introduceert de voorstelling en geeft aan er zin in te hebben. Het beginnen kondigt ze aan met: “Okay, let’s do this, here we go”. Stukje bij beetje ontvouwen zich: “(…) negen levens, die steeds opnieuw verschijnen en altijd hetzelfde zijn, maar nooit hetzelfde zijn” (Karolien de Bleser).

De draaischijf en de transcendentale of (post-)dramatische ruimte
Vijf van deze levens spelen zich af op de schijf. De fysieke ruimten van deze levens worden zichtbaar door minimale middelen: een stoel, een tafel, een kruk, etc. Deze middelen laten ons direct zien waar de levens zich afspelen, zoals bijvoorbeeld in de eetkamer of op het werk. De personages van deze levens zijn niet per se gebonden aan hun ruimte. Velen van hen bewegen zich over de gehele schijf of maken (fysiek) contact met een ander leven.

Deze levens komen in beeld, zodra de lichtspot op hun dramatische ruimte schijnt. De spot is verbonden met de gesprekken die zij voeren of de monologen die zij houden. Zodra de conversatie of de handeling stopt, gaat het licht uit. Zo markeert het licht de ruimte en de activiteit.

Er zijn echter variaties op dit thema. Enerzijds is het soms zo dat de ene conversatie klinkt, terwijl de andere handeling in beeld is, anderzijds zijn er geregeld twee handelingen tegelijkertijd in beeld. Het fysieke contact tussen de spelers wordt zo afgewisseld door transcendentaal contact: door de compositie van licht en dramatische tekst wordt er verbinding gemaakt tussen verschillende levens. Als publiek tracht je een verhaal te vormen. Zijn zij buren? Is hij haar vader? Eenduidige antwoorden worden niet gegeven.

Afbeelding2Afb. 2: © Mirjam Devriendt

De draaitafel en het doorbreken van de kaders
De draaitafel, het vierkant om de draaischijf heen, kan op twee manieren bekeken worden.

Ten eerste kunnen we deze zien als de knopjes van de draaitafel, als de effecten die invloed hebben op de inhoud van de activiteiten op de draaischijf. Zo zitten rechts achterin de vier zangeressen van HYOID, die de muziek van Joris Blankcaert ten gehore brengen. De muziek bestaat uit een steeds herhalende reeks van klanken, waarin kleine variaties zitten. Deze variaties komen overeen met de dramatische ontwikkeling van het stuk en oefenen zo invloed uit op de perceptie van het publiek. En hoewel zij een transcendentale invloed hebben op de sfeer van het stuk, blijven de zangeressen fysiek gebonden aan hun plaats.

Rechts voorin is er een jongeman met een scorebord. In eerste instantie lijkt het alsof hij de toeren (loops) van de draaischijf aan het tellen is (de teller gaan van 32 naar 33), later nemen de getallen een meer willekeurige volgorde aan. De jongeman probeert – naast het registreren – ook invloed uit te oefenen op de routine van alledag. Meermaals tracht hij de schijf letterlijk tegen te houden. Hij wenst met zijn lichaamskracht de draaiing te stoppen, maar de routine is te sterk. Hij verliest het letterlijk van het dagelijkse tempo en ligt gevloerd op de planken.

Op één wijze heeft hij wel invloed: driemaal tijdens de voorstelling begint de jongen terug te tellen van 10 naar 0. Wat daarop volgt zijn lichtflitsen en geluiden van vuurwerk (door hemzelf nagebootst). Als een Pavlov-hondje reageren alle levens op de draaischijf door – zoals de traditie het voorschrijft – naar het “vuurwerk” te kijken, elkaar te omhelzen en symbolisch het nieuwe jaar in te gaan. Hij onderbreekt zo hun routine door hen kortstondig een rituele en traditionele activiteit te laten ondergaan.

Afbeelding3Afb. 3: © Mirjam Devriendt

Ten tweede kan de draaitafel gezien worden als tussenruimte. Om met Victor Turner te spreken, kunnen we deze ruimte benoemen als liminale ruimte. Het is een overgangsruimte tussen ‘ons’ – het publiek – en de performance ruimte. Zo staat er altijd  een reclameman in de liminale ruimte te wachten (letterlijk: bij het bushokje) totdat hij via deze ruimte de draaischijf weer op mag komen. Alsof de liminale ruimte de ‘wachtruimte’ is, waarin je wacht totdat je weer onderdeel mag zijn van het leven en de routine.

De publieksruimte en de vierde wand
Wat Loopstation als voorstelling bovendien doet, is het spelen met het fenomeen van de vierde wand. Dit is die denkbeeldige scheiding tussen de acteurs- en toeschouwersruimte, waarbij de acteurs acteren alsof het doek nooit open is gegaan. In Loopstation wordt deze wand al vanaf het begin doorbroken. Met het welkom heten van de actrice/presentatrice en het meermaals afsluiten van de voorstelling (tijdens de voorstelling) door dezelfde actrice, worden wij steeds op onze eigen aanwezigheid gewezen en doorbreekt zij onze routine, namelijk die van het aanschouwen, het kijken.

Vervreemdend is hierbij de zin: “I even see a few familiar faces”: hoewel de publieksruimte onverlicht is, spéélt zij ons te kunnen zien. Ze is dus niet een echte presentatrice, maar een actrice die speelt presentatrice te zijn en ook speelt ons te zien. Is het contact dat zij maakt dan wel echt? Interessant is ook dat zij telkens het ‘beginnen’ aankondigt (“Okay, let’s do this”). Haar spreken bekleedt hierin het ritueel van de liminale ruimte: zij zorgt dat wij overgaan van onze dagelijkse persoon naar de toeschouwer en zijzelf transformeert hierin van een presentatrice naar een actrice.

Loopstation bespeelt de routine als een medaille met twee zijden – enerzijds ritueel, anderzijds theater – en haalt bovendien onze theatrale kijkervaring onderuit, door onze rol als publiek en onze verhouding tot de voorstelling constant te bevragen.   

De persoonlijke ruimte en de omgeving
Mocht je vooraf of achteraf de tekst van regisseur Alexander Devriendt gelezen hebben – waarin hij schrijft over het overlijden van zijn vader gedurende het repetitieproces – dan kun je niet anders dan zijn vader en het concept van de dood verbinden aan verscheidene personages, hun levens en handelingen in het stuk. Wanneer de jongeman die net zijn vrouw verloren heeft ook het tafelkleed onder de ontbijtspullen vandaan probeert te trekken en dit faliekant mislukt, komt het verdriet hard aan.

Bovendien blijf je in de oude man, die vrij over de draaischijf loopt, de vader van Devriendt zien. Zeker afbeelding 4, waarbij de weduwnaar en de oude man – de één buiten het leven, de ander erin – dezelfde houding aannemen, roept het stuk metaforische vragen op. Devriendts persoonlijke ruimte komt in onze ruimte en verbindt zijn leven met die van ons.

Afbeelding4Afb. 4: © Mirjam Devriendt

Aldus
Loopstation van Ontroerend Goed neemt letterlijk en figuurlijk een groot aantal ruimtes in. Zo neemt het figuurlijk de ruimte in onze tijd in alsook ons persoonlijke leven en onze gedachten. Letterlijk neemt de voorstelling de ruimte in van Kunstencentrum Vooruit en bezet het de theaterzaal en de planken verscheidene dagen achtereen. Op het podium neemt het de ruimte in van draaitafel en draaischijf en tijdens de voorstelling is het actief als liminale ruimte, (post-)dramatische ruimte en transcendentale ruimte.

In de vormelijke benadering van Loopstation zien we de verbanden die fysiek, maar ook niet-fysiek gelegd worden door tekst, geluid en licht. Verbanden tussen de spelers onderling, tussen de spelers en het publiek en met de ruimten waarin zij zich wel of niet in bewegen.

De voorstelling toont de routine als ritueel en als theater. Door het theatrale kader wordt het alledaagse bespeeld en omgezet in iets waar wij van kunnen genieten. Tegelijkertijd kijken we naar iets wat een grote reële oorsprong heeft en bij ons is ingebed als bekend en vanzelfsprekend. We willen deze illusie geloven, maar Loopstation doorbreekt onze wand en toont het theater haast als alledaags. We begeven ons in een overgangsgebied tussen onszelf als publiek en als persoon. Aldus begeeft de voorstelling zich tussen routine en spektakel.

Toch is Loopstation niet enkel een (re)presentatie van het alledaagse ritueel. Door de routine te onderbreken door licht, te beïnvloeden door geluid en te verbinden door middel van interactie, komt de voorstelling zonder verhaal tóch in onze persoonlijke ruimte terecht. De fragmenten geven ons net voldoende informatie om geraakt te worden.

Zo zet het gebruik en de analyse van de ruimtes het verhaal over de routine kracht bij: onze levens en de bijbehorende routine worden constant beïnvloed door factoren waar wij geen invloed op hebben. De draaischijf van het leven is zo voorspelbaar nog niet.

Afbeelding5Afb. 5: © Mirjam Devriendt

 

Featured image: © Mo van Acker