Liefde in de meritocratische maatschappij

‘In Plato’s Symposium houdt Aristophanes een tafelrede waarin hij vertelt dat er in een mythisch verleden drie menselijke geslachten bestonden,’ zegt Oshima. ‘Ken je dat verhaal?’

‘Nee,’ zeg ik.

‘Vroeger werd de wereld niet bewoond door mannen en vrouwen, maar door man-mannen, man-vrouwen, en vrouw-vrouwen. Met andere woorden, één mens was toen wat wij nu “twee mensen” noemen. Iedereen was daar tevreden mee en leidde een gelukkig leven, tot Zeus een mes pakte en alle mensen in twee sneed. Dwars doormidden, erlangs. Nu bestaat de mensheid dus alleen nog maar uit mannen en vrouwen, die hun leven lang vertwijfeld zoeken naar hun verdwenen wederhelft.’
— Haruki Murakami, Kafka op het strand p57

Het gegeven van de allesomvattende liefde wordt al eeuwen beschreven in een poging ze te (be)grijpen – zo ook in de Griekse mythologie die door een veelheid aan verhalen schetst waarom we ons hele leven lang op zoek gaan naar die ene persoon die ons ‘compleet’ maakt. Echter, eenmaal we denken, het gevoel te ervaren, die persoon gevonden te hebben, ontwikkelt de relatie zich tegen de achtergrond van beide partners. Want naast liefde voor en door elkaar, is er ook zoiets als ieder zijn verwachtingen en realiteit in een wispelturige maatschappij. Ondanks de initiële verliefdheid, lofbetuigingen voor de andere, durven levensopvattingen wel eens haaks op elkaar staan. Bij moeilijkheden en twijfels – aan jezelf en je geliefde – worden er vragen gesteld zoals: Wat is de ‘perfecte’ relatie? Waarom kunnen we niet ‘gewoon’ samen gelukkig zijn? Projecteren we een ideaalbeeld op onze partners? En verbreken we de relatie te snel wanneer dit ideaalbeeld niet blijkt te kloppen?

Dit artikel werd geïnspireerd op het filosofische boek De weg van liefde van Alain De Botton en de psychologische inzichten van Dirk De Wachter in Liefde: een onmogelijk verlangen?.

klap 1

Weg van liefde
In zijn boek Weg van liefde beschrijft filosoof Alain De Botton het verhaal van Rahib en Kirsten, twee mensen die elkaar ontmoeten in de passies voor hun job. Hun unieke kroniek wordt stapsgewijs uiteengezet, met een surplus van Bottons filosofische aantekeningen over waarom bepaalde dingen in een relatie verlopen zoals ze verlopen. Een inkijk in het ongrijpbare: de liefde.

De Britse filosoof schetst hoe Rahib gecharmeerd is door Kirsten haar standvastigheid en zelfstandigheid. Omgekeerd wil Kirsten meegevoerd worden door Rahibs stroom aan hartstocht en emoties. Rahib is een romanticus – zijn we dat niet allemaal een beetje? – die op zoek is naar die ene persoon en dit in alles en iedereen tracht te bestendigen: “Voor de romanticus is een terloops opgevangen glimp van een onbekende al genoeg om tot een hoogdravende en zwaarwegende conclusie te komen: hij of zij zou wel eens een allesomvattend antwoord kunnen vormen op de onuitgesproken levensvragen.” Denk dan aan die onverwachte ontmoeting op de trein, een speels oogcontact op café: “Het kan zich zomaar ineens aandienen, het inzicht dat een ander mens een zielsverwant is.” ( blz. 12)

Hiermee schetst De Botton het beeld van de initiële verliefdheid: je bent er al snel van overtuigd dat je iemand gevonden hebt die je begrijpt, waarbij je in al jouw ‘zijn’ aanvaard wordt. Theaterregisseur Peter De Graef omschrijft het in “Just Talking als volgt: wanneer je elkaar in de beginne leert kennen, ontpopt er zich een allesomvattend gevoel dat herkenning teweegbrengt, je geeft de ander letterlijk “het gevoel te bestaan”. Iemand ziet je zoals je bent en die persoon aanvaardt tegelijkertijd je tekortkomingen (ja, kan er zelfs uiterst gecharmeerd door zijn). Maar daar durft het schoentje al eens te knellen, eenmaal ons hoofd – door een cocktail aan endorfines, dopamines en adrenaline – de signalen stuurt dat we de persoon gevonden hebben, neemt de ware aard van de mysterieuze liefde het over: “Het lijkt erop dat we veel weten over hoe liefde begint en gevaarlijk weinig over hoe het daarna verder zal gaan,” stelt De Botton.  

klap 2

Liefde: een onmogelijk verlangen?
Het begrip liefde zit verankerd in een prestatiemaatschappij omgeven door super-likes en sociale media. Daarenboven is het in de meritocratische maatschappij, die vooropstelt dat succes toe te schrijven is aan onze eigen verdienste in een maakbare wereld, ook nog eens onze eigen verdomde fout als we de juiste partner maar niet te pakken krijgen. We horen gelukkig verliefd te zijn. Toch is het een utopisch ideaal te denken dat we in ons leven voortdurend gelukkig kunnen zijn, maar door de representatie van de gemediatiseerde liefde en de maakbaarheid van geluk, is het bijna onmogelijk anders te geloven. Liefde wordt in ons huidig tijdperk iets vluchtigs, consumeerbaar, al te vaak geënt op een soort opportunisme van het individuele ik. Dirk De Wachter schrijft: “De consumptiemaatschappij houdt de illusie hoog dat de liefde maakbaar is.” (blz. 41). Maar laat het nu net dat zijn wat liefde niet is: maakbaar. Hoewel datingsites pretenderen de beste match te vinden en iedereen er op los tindert, is het net het mystieke deeltje van de liefde dat niet te verklaren of ‘na te bootsen’ valt. We mogen nog zo proberen om alles te begrijpen, geluk te zien als een permanente staat, maar liefde en geluk zijn begrippen die niet te vatten noch te verklaren zijn én noch af te dwingen vallen. Ze overstijgen het individuele en het begrijpbare. Het verdere verloop van een relatie wordt gevormd door twee individuen met elk hun eigen verleden en realiteitszin. Dit voelen we maar al te goed wanneer we onszelf overleveren aan een andere zoekende ziel: “Een ander komt binnen in ons leven en plots hebben we niet meer alles zelf in handen. We zijn dat niet gewend en vinden de verschillen al snel storend.” We willen dan een oplossing voor de verschillen, proberen de ander misschien tevergeefs te veranderen, gaan door of verbreken de relatie. Maar Dirk De Wachter vervolgt: “Ware liefde laat de verschillen toe. pas als het perfecte plaatje niet meer werkt, kan echte liefde zich tonen. Laat ons daarom leren een klein beetje ongelukkig te zijn, en wel samen.”

klap 4 jpeg

Samen ongelukkig zijn
Het is de paradox van ons ‘zijn’ omdat we enerzijds op zoek zijn naar die ene persoon, een zielsverwant, beste vriend en geliefde, die alles voor ons betekent. Er is het verlangen naar een symbiose, een samensmelting, waarbij alles in balans is en we ons letterlijk ‘compleet voelen’. Maar anderzijds is er in een symbiose geen plaats voor intolerantie. Vanaf het moment dat de eenheid uit elkaar valt, is er geen perfecte samensmelting meer. Er groeit het besef dat dit onhoudbaar is, dat een geliefde niet én je beste vriend kan zijn, én degene waarmee je samenwoont, én die geweldige sekspartner, én degene waar je alle levensverhalen mee deelt, én diegene waarbij je permanente troost vindt, én én én. Er ontstaan irritaties, het ideaalbeeld is niet meer. Maar laten het nu net die oneffenheden en krakelingetjes zijn die de liefde ook zo mooi maken. Want liefde laat zich niet temmen, dwingen, kneden. Liefde is niet lineair, kent geen begin en einde. Noch is het een vaste set regels die we zoals een IKEA-handleiding verwoed pogen te hanteren. Nee, liefde is chaotisch, voortdurend in beweging, zonder duidelijk begin of duidelijk einde. Begrijp me niet verkeerd, het is niet al te zinvol om in een situatie te verkeren die je pertinent ongelukkig maakt. Soms moet het roer omgedraaid worden, kan de ware liefde niet zegevieren ondanks het furieuze streven om het dat wél te laten doen. In ons leven worden we hoe dan ook geconfronteerd met tegenslagen, zowel op persoonlijk als relationeel vlak.

Liefde brengt ons op de mooiste, evenzeer op de meest grimmige plekken, zintuiglijk en effectief. Als we leren aanvaarden dat het leven niet één en al jolijt is, wordt er ruimte gecreëerd voor het beetje ‘samen ongelukkig zijn’. De vraag is dan niet langer wie voldoet aan het vooropgesteld ideaalbeeld, maar wel met wie we in alle chaos de schoonheid én het leed willen delen.

 

De illustraties werden gemaakt door Clara Verbeke.
Wil je meer van Clara zien? Klik HIER.