Blinde gaten in de #metoo-beweging: de muziekwereld

Wel eens iemand van een voetstuk zien vallen? Ex-chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest te Amsterdam, Daniele Gatti, overkwam het op 2 augustus letterlijk en schijnbaar onverwacht.

De #metoo-beweging – die zoekt naar het blootleggen van geïnstitutionaliseerd seksisme en discriminatie – kwam vorig jaar in oktober de film-, theater-, dans– en muziekwereld binnen. De beweging richt de pijlen naar het onderzoeken en aanpakken van de grenzen tussen vriendschap, professionaliteit en ongewenst gedrag. Een opvallend gegeven: ondanks het willen doorbreken van bepaalde man-vrouw rolpatronen (b)lijken toch enkel de mannen zich over deze specifieke situatie uit te (mogen) spreken. En helaas missen zij belangrijke details.

Op 26 juli 2018 werd door Anne Midgette (criticus klassieke muziek) en Peggy McGlone (reporter) het artikel Assaults in dressing rooms. Groping during lessons. Classical musicians reveal a profession rife with harassment gepubliceerd in de Washington Post. Het artikel kwam tot stand nadat Midgette de tip kreeg om de muziek-, en met name orkest-wereld in te duiken in het kader van #metoo. Al snel werd het via verschillende internet kanalen bekend dat Midgette naar verhalen aan het luisteren was. Binnen korte tijd stroomde haar inbox vol. Zo’n 54 vrouwen en mannen beweerden slachtoffer te zijn van grensoverschrijdend gedrag en zo’n dertigtal mensen konden deze verhalen bevestigen.

Initieel dacht Midgette verhalen te horen over James Levine (red.: dirigent van het orkest van de Metropolitian Opera in New York, die in december 2017 geschorst en later ontslagen werd wegens grensoverschrijdend gedrag jegens tienerjongens). Niets was echter minder waar. Drie nieuwe namen doken op, waaronder die van de Italiaanse dirigent Daniele Gatti en de Franse operaregisseur Bernard Uzan.

Om een artikel met dergelijke inhoud te kunnen publiceren, zijn er minstens twee slachtoffers nodig die bereid zijn om met naam en toenaam in de krant te komen.

Hoewel dit uiteraard te zot voor woorden is – is één slachtoffer niet genoeg? – waren “gelukkig” twee dames hiertoe bereid. Sopranen Alicia Berneche en Jeanne-Michèle Charbonnet kwamen allebei naar voren met een zeer vergelijkbaar verhaal en het artikel werd meteen gepubliceerd.

Precies een week later stuurde het Koninklijk Concertgebouworkest een kort maar veelzeggend persbericht de wereld in waarin de samenwerking met dirigent Daniele Gatti werd opgezegd.

Wil je deze zaken gedetailleerder bestuderen? Dan raad ik je dit (“Vertrouwen onherstelbaar beschadigd”), dit (“Hoe kon dat gebeuren? En hoe nu verder”) en dit (“Veel onduidelijk rondom ontslag KCO-dirigent Daniele Gatti”) artikel aan.

Volgens orkest kenner Marc Janssens is het “een bom die inslaat”, terwijl Het Parool “Muziekwereld reageert op ontslag Gatti: ‘Dit is een tragedie’” kopt. Die arme mannen, helemaal in shock. Want de mannen zijn aan het woord. Bovengenoemde Marc Janssens (kenner van klassieke orkesten) wordt door het Radio 1-programma De wereld vandaag uitgebreid geïnterviewd en ook in het artikel van Het Parool zijn het de dirigenten Jaap van Zweden, Jan Willem de Vriend en Ed Spanjaard die het woord nemen. Verder dan “Ik kan er niets over zeggen”, “tragische toestand” en “tragedie” komen ze echter niet.

Marc Janssens wel, die legt de orkest-wereld en de #metoo-beweging zonder omwegen op de analyse bank en gaat er ontspannen naast zitten. Hij spreekt de angst uit dat zulke snelle beslissingen, zoals het direct beëindigen van samenwerkingen, de slachtoffers juist afschrikt om voor dergelijke situaties uit te komen.

Ook het NRC maakt zich grote zorgen om de toekomst van het Concertgebouworkest met als kop: “Hoe moet het Concertgebouworkest verder na het ontslag van Gatti?”. En dirigent Ed Spanjaard verzucht mee: “Het is een dramatische val, ik ben er stil van. Ik ben bang dat de carrière van Gatti, een belangrijk musicus, nu aan diggelen is.”Misschien zijn deze mannen zo onder de indruk van het ‘onverwachte’ nieuws dat zij even vergeten te denken aan de echte slachtoffers van alle voorvallen. Dat maakt de situatie des te pijnlijker.

Beseffen zij niet wat een impact dergelijke situaties hebben op de mentale en fysieke toestand van (veelal) jonge, beginnende musici?

Gaan we ons nu met zijn allen zorgen zitten maken over de carrière van Gatti terwijl vele muzikanten al jaren – ook in hun carrière – lijden onder angst en depressie ten gevolge van onjuist gedrag?

Het is uiteraard een precaire kwestie en een grote ethische vraag of het correct is om iemand zijn carrière kapot te maken omwille van dergelijke voorvallen. Maar ik denk niet dat dit de zorg of verantwoordelijkheid van het slachtoffer is! Voor het slachtoffer is het belangrijk dat hij/zij gelooft en gesteund wordt en dat hen niets in de schoenen geschoven wordt. Zij mogen niet de schuld dragen dat ze verantwoordelijk zijn voor een kapotgemaakte reputatie of carrière van iemand. Uiteraard is het de verantwoordelijkheid van – in dit geval – het Koninklijk Concertgebouworkest om verhalen van klokkenluiders minutieus te onderzoeken en de juiste beslissing te nemen.

Verkeerde beslissingen worden genomen, dat kan ik niet ontkennen. In reactie op het ontslag van Bart de Pauw namen vrouwelijke collega’s het woord en stelden het pijnlijk te vinden dat hun “baas en vooral ook goede vriend op deze manier aan de schandpaal wordt genageld.” Ook de man van sopraan Anne-Sofie von Otter, Benny Frederiksson, werd beschuldigd van onjuist gedrag, wat bij hem leidde tot depressie en uiteindelijk suïcide. Von Otter: “You can break a person”.

Eén vraag die wel telkens gesteld wordt omtrent de slachtoffers is waarom de slachtoffers er nú pas mee afkomen. Mijn broek zakt dan altijd af en mijn ogen puilen uit. Terwijl ik mijn broek optrek en mijn ogen terug duw, probeer ik te bedenken waarom die naïviteit zelfs bestaat. Denkt men nu echt dat je – als jij met je verhaal naar je dichtstbijzijnde vertrouwenspersoon rent – erkend wordt, geholpen wordt en dat deze dirigent met stel en sprong zijn bok zal verlaten? Ik dacht het niet. Veel verhalen vertellen net dat de vrouwen die aan de bel trokken, gauw gevraagd werden een toontje lager te zingen. Ze mochten vooral nièts doen met het voorval.

Jarenlang zwijgen is geen plezierrit. Het is uit angst en schaamte. Angst voor de carrière, angst voor vrienden en familie en vooral schaamte. Grote schaamte. Hoe kon mij dit nu overkomen? Was ik te flirty? Moest ik mijn grenzen niet beter aangeven of het laatste drankje afslaan?

De muziekwereld is er één met veel hiërarchie en achterkamers. Een orkest op een podium geeft een open en stralende indruk, maar al het voorafgaande – repetities, reizen, studeren – vindt plaats in veel minder sjieke omstandigheden. En de markt is dodelijk.

Iedere goede violist of sopraan weet dat er naast haar nog duizenden andere goede violisten zijn. Als die bekende dirigent joù aardig vindt, kan dit deuren voor je openen die voor anderen eeuwig gesloten blijven.

Je gaat in op uitnodigingen voor drankjes en etentjes en probeert niet na te denken als hij zijn hand net te lang op je onderrug laat liggen. Wat anders ben jij je baan en toekomstmuziek kwijt.

Bovendien is het muzikant-zijn een zeer fysiek beroep. Muziek maken, maar ook muziek leren maken heeft toch vaak fysiek contact nodig. Een juiste docent vraagt of hij zijn handen op je schouders mag leggen terwijl je aan het zingen bent, maar het kan toch zomaar gebeuren dat die hand te lang blijft liggen. Muzikanten zijn fysiek aangelegd en er gaan altijd mooie verhalen de ronde over seksuele escapades in studentenorkesten en koorprojecten, maar dit betekent niet dat dit dus de standaard is en kan plaatsvinden zonder wederzijdse instemming.

Wat ik denk dat nodig is, is een verandering in houding. We mogen niet meer collectief onze ogen dicht doen, zeggen dat het wel ‘past’ binnen de sector of ‘dat het nu eenmaal zo is’. De kunstwereld is er één van nachtwerk, intieme relaties, hiërarchie en angst voor het bestaansrecht. Daar mag mentaal of fysiek misbruik en intimidatie niet aan toegevoegd worden. Het wegwuiven van de ernst van de situatie, door voorvallen kleiner te maken dan ze zijn, het goed te praten of slachtoffers angst in te boezemen over de gevolgen van spreken, mag niet meer getolereerd worden. Dat grote theatermakers en choreografen bij hoog en bij laag beweren nooit zoiets te hebben meegemaakt is domweg een leugen.

Enerzijds verdienen slachtoffers steun en erkenning, maar anderzijds moet er met alle verhalen discreet worden omgegaan en grondig onderzocht worden. Er zijn al genoeg slachtoffers gevallen.

Zoals Emma Thompson zei: “Open your eyes, open your mouth and say something”.

 

 

featured image: Barbara Kruger – Your body is a battleground (1989)