De wonderlijke (boven)kamer van Patrick Van Caeckenbergh

Een atelier vol curiositeiten en prullaria aan een museum schenken – vrijwel niemand doet het kunstenaar Patrick Van Caeckenbergh na. Van boeken die elkaar geheimen toefluisteren tot exotische vlindersoorten, slangen die hun eieren zelf opeten, processies met soep etende kinderen of een tante die uit een stel klompen groeit: in het universum van deze pantoloog kan het allemaal.

Een atelier in een museum
Wanneer je de kat door je huis ziet lopen, dan zie je een fascinerend patroon. Het dier gaat nooit rechtstreeks op zijn doel af, maar kronkelt langs deurposten, schurkt tegen muren of tegen je broekspijp, om dan op nonchalante wijze – liefst hoog in de ruimte – spinnend of zich wassend neer te strijken. Dit gedrag is ook mensen niet vreemd: velen van ons betreden onbekende ruimten omzichtig langs de randen dwalend, alsof we een houvast zoeken in een eindeloze ijlheid.

Afbeelding1
©De Standaard

Georges Perec wijst in zijn schitterende maar ietwat bevreemdende boek Ruimten rondom op het feit dat wij de ruimtelijkheid verliezen, als we er niet expliciet aandacht aan besteden. Hij zoomt eerst heel diep in, om daarna weer te verbreden naar een uiteindelijk universum, naar een alomvattend gegeven waar wij mensjes liefst niet te diep over nadenken, al was het om ons bestaan niet in vraag te moeten stellen. Bart Verschaffel stelt dat mensen altijd op zoek zijn naar beschutting. Als er geen architectuur met vloer, wanden en een dak voorhanden is, gaan we op zoek naar het tweede beste: een boom om onder te schuilen, of een grot waarin we beschutting vinden. Zoals een kat haar omgeving markeert – want dat is wat haar schurkend gedrag vertelt – zo markeert de mens de ruimte waarin hij zich ophoudt. Van grijze betonnen kasten met minimalistisch interieur, tot volgestouwde cottages met dozen vol herinneringen, het ene is niet beter dan het andere.

Patrick Van Caeckenbergh maakt van die architectuur iets merkwaardig mobiels. Door zijn atelier integraal aan het MSK (Museum voor Schone Kunsten in Gent) te schenken, dupliceert hij het op een slimme manier. Het atelier staat in een levensgrote sigarenkist in het museum (een ruimte in een ruimte), maar de afdruk van dat atelier laat bij hem thuis een gelijkwaardige ruimte na, maar dan leeg. De kunstenaar vindt zichzelf op een slimme manier opnieuw uit door zijn atelier in een complete white cube te veranderen en op die manier rust in zijn hoofd te creëren – voor nu. Het lijkt een beetje op een kopie maken van een computerbestand: het origineel is voor even uit je hoofd, maar er is een heel duidelijke back-up.

De verhalenverteller
Wat een slimme verhalenverteller, denk je verwonderd, terwijl je de indrukken van het Wunderkammer-achtige atelier op je laat afkomen. De kleine ruimte is volgestouwd tot de nok, met naar elkaar fluisterende boeken, met papiertjes, posters, foto’s, ansichtkaarten, pantoffels, een kamerjas, nagels, een kastje van zijn vader, spelletjes, cd’s, een bed, een hometrainer… De meest onbenullige voorwerpen die je zo in een kringloopwinkel kunt terugvinden. Alles ademt verhalen. Je handen jeuken om de boeken aan te raken, in te kijken, maar dat is helaas niet toegestaan. Het is het perfecte beginpunt van een bevreemdende expositie, die een aantal kunstwerken herbergt met klinkende namen als De hemel, De Schelp, De Slak, De Hoed, De Vergeetputten, De Gulzige Slang, Het Geurpenseel en Tante Gusta.

Afbeelding2

Patrick Van Caeckenbergh, De Schelp, 1999-2009 (Verzameling Stad Aalst)

Een intrigerend werk is Tante Gusta, omwille van de naam, maar ook omwille van het organische. Dit kunstwerk maakt deel uit van zeven sculpturen die een directe link hebben met de natuur. Gemaakt van klei, aarde en kalk zouden ze bij wijze van spreken recht uit je bloembakken kunnen komen. De klompen waaruit de organische pinguïnachtige figuur groeit, kom je nog steeds tegen aan de bakstenen muur van veel dorpshuizen met de typische pelargonium of surfinia erin (ondergetekende pleit schuldig). De figuur van het kunstwerk zelf bepaalt de vorm die het uiteindelijk krijgt.

Fragiel, maar niet gebroken
Een reeks globes waar men in veel dorpshuizen vroeger een compleet uitgerust mariabeeld onder had staan (ondergetekende pleit alweer schuldig), staan op anonieme rekken over elkaar heen gestald en vormen zo een waaier van betekenissen. Ze wijzen op het breekbare in de mens, op de gevangen leegte onder de globe, op de ruimte die ze innemen. En toch weer niet, want je kan er gewoon doorheen kijken. Welke waarheid zie je? De schijn die dit oproept, doet ons in de verte aan het sprookje De nieuwe kleren van de keizer denken, waarin enkel het eerlijke kind de waarheid durft te zeggen: dat er niets te zien is. Zo staat deze leegte op tegenstrijdige wijze voor inhoud: de angst om niets voor te stellen, of om vergeten te worden slaat ons vaker dan we willen koud om het hart.

Afbeelding3Patrick Van Caeckenbergh, Fluitketel, 1999 (Collection privée, Paris, Courtesy Zeno X Gallery, Antwerpen)

In een maatschappij waar mensen vaak robotmatig en routineus hetzelfde stramien volgen, waar nog nooit zoveel depressie of angst is geweest en burn-out de nieuwste enge ziekte lijkt, voelen we ons vaak vastgeroest tegen wil en dank. Waar is die overmoed van de prille twintiger, die met een vers diploma op zak het verre vreemde ging ontdekken, het avontuurlijke van De Wereld opzoeken, grootse en nog grootsere dingen zou verwezenlijken en The Sky absoluut The Limit niet zou zijn? Die twintiger blijkt plots een vastgeroeste dertiger met jengelende bengels, een fronsende veertiger met een loodzware afbetaling (voor dat huis, voor die auto), een berustende vijftiger die zijn job spuugzat is en verveeld van kanaal naar kanaal zapt. Wellicht wat kort door de bocht, maar wat de kunstenaar ons hier laat zien is een soort Wizard of Oz-achtig sprookje: je huis wordt van zijn fundamenten gerukt en gaat de lucht in en kijk nu maar wat je ermee doet.

Arthur Schopenhauer had het over het sublieme: een ervaring waarin de mens geconfronteerd wordt met het gruwelijke, het angstaanjagende of het levensbedreigende. Enkel dat kan die sublimiteit evoceren. We moeten niet meer in de 19de eeuw leven om dit soort angst te beleven: ook nu gaat het leven sneller dan ooit en lijkt die trein nooit te willen stoppen. Patrick Van Caeckenbergh is iemand die dit principe duidelijk aan zijn laars lapt en af en toe grondig schoon schip maakt: door zijn atelier uit zijn huis te rukken, een nieuwe white cube te creëren waardoor dat hele denkproces zich als een slakkenhuis weer ontrolt – of oprolt, en door zijn kunstwerken eenvoudig te laten zijn – de blinkende knoopjes op de proefbuisjes in De Schelp zijn dan ook van een ontroerende schoonheid, de details van zijn creaties vaak een aanslag op het gemoed.

Geen eind, maar een begin
Het werk van Van Caeckenbergh gaat over ontdekken, proeven en tasten (maar dan alleen met je ogen), opmerken, goed kijken en dikwijls uit je lood geslagen zijn. Wie een beetje fantasie heeft, heeft er weinig uitleg bij nodig. De gedachten doen zelf hun werk. De vragen die de kunstenaar geluidloos stelt, geven je een soort van Alice in Wonderland-achtig gevoel van onbehagen. Je valt in een diepe put en wordt kleiner en kleiner tot je niet meer weet waar boven en onder is en wie nu eigenlijk de reus en wie de dwerg is.

Afbeelding4 ©MSK: Interieur van ‘Het Sigarenkistje’, met de kunstenaar

Na het bezoeken van het sigarenkistje (ook daar heeft Van Caeckenbergh een verzameling van aangelegd) loop je met een hoofd vol wervelende gedachten de wereld weer in. Je wil eigenlijk alleen maar opgesloten worden in het atelier om er na sluitingstijd van het museum ongestoord te kunnen verdwijnen in het prachtige exemplaar van ‘Mrs. Beeton’s Book of Household Management‘ dat daar amechtig mooi staat te wezen, of een duidelijk vaak gebruikte encyclopedie over de Wonderen der Natuur te verslinden. Of je snelt naar je ouderlijke huis om te kijken of jouw verzamelingen stenen, kaartjes, postzegels of knikkers nog steeds op zolder staan.