Theatraliteit van en in muziek

Van bladmuziek naar levend toneel

Een opvallende link tussen mijn theaterbezoeken van de afgelopen weken? De hoofdrol die is weggelegd voor de muziek en haar uitvoerders. CAMPO, NTGent en het Concertgebouw te Brugge kozen voor voorstellingen waarin muziek de leidraad vormde en het talent van de muzikanten/performers ontroerde en overheerste.

Het begon op dinsdag 9 oktober. NT Gent, Minnemeers. Ghost Writer & the Broken Hand Break. Miet Warlop. 20:00 uur. We mogen binnen en zien drie cirkels en evenveel reeds cirkelende performers. Vrij stellen we ons in de ruimte op. We kijken toe. Wij kijken en zij draaien. Ze draaien. Draaien, draaien, draaien en draaien. Iedere performer heeft bovendien een geverfde hand: één roze, één  geel en één blauw.
Even denk je bij jezelf: “Gaan we veertig minuten naar wentelende performers kijken? Zucht”. Maar dan begint de rechterhand van Wietse Tanghe op zijn dijbeen te tikken. En die tik genereert een drumslag. Een tweede hand erbij, tweede drumslag. Als de Pieter de Meester ook begint te tikken ontstaat het: de beat. Heerlijk.

Deze beat vormt het begin van 30 minuten muzikaal en visueel genot. Op de groove begint Miet Warlop te spreekzingen. Een krachtige tekst, indrukwekkend sterk en gearticuleerd gebracht, zeker als je bedenkt dat ze al een minuut of wat aan het ronddraaien is. En draaien, dat zal iedereen blijven doen ook al komt er een gitaar in beeld, een meerstemmig refrein, een tom-tom of een saxofoon. Al zwenkend aangereikt en opgehaald door Seppe Cosyns – met gevaar voor eigen leven. De combinatie van kwalitatieve stemmen, zeer beheerst gitaarspel en prachtige samples overspoelen je steeds opnieuw met een kinderlijke ongeloof, want je ziet tegelijkertijd het gevecht met de uitputting en de voortdurende draaiing. Oog en oor bevinden zich in een schitterend gevecht, wat uitmondt in een staande ovatie en energiek applaus.

Miet2018-GWBHB-fotos_Reinout_Hiel-300dpi-5100Ghost Writer & the Broken Hand Break © Reinout Hiel

Een paar dagen laten staan we in een overvol CAMPO, ditmaal voor Het Huwelijk van Tibaldus onder regie van  Timeau de Keyser. Hoewel we hier duidelijk van een teksttheater en veel minder van een fysiek theater kunnen spreken, is er opnieuw een grote rol voor de live muziek weggelegd – de Vlaamse polyfonie, welteverstaan. Tibaldus’ onderzoek naar performativiteit en naar de kracht van taal (“Woorden scheppen de werkelijkheid”, zie ook de heldere recensie van Gilles Michiels) wordt bijgestaan door zangerige leidmotieven en stukken van o.a. Josquin des Prez en Adriaan Willaert. Opvallend is dat er in de groep performers twee zangers zijn die enkel ‘zanger’ zijn en geen tekstuele acteerprestaties leveren. Acteurs Simon de Minne en Katrien Valckenaers vertolken een dubbele (of driedubbele) rol: personage en live-muzikant. De vocale klanken geven enerzijds een komisch, anderzijds een statig karakter aan het stuk en spelen vooral een sterke rol in het creëren van de juiste sfeer, van dodenmis tot bruidsmars.

Mooi is te zien hoe bijvoorbeeld Valckenaers in een mum van tijd schakelt tussen hysterische dronkaard en zangerige, verheven mezzosopraan. Het heeft een wat absurd effect en veel gegrinnik volgt. Midden in het stuk gaat zanger Sander de Winne in zijn eentje bovenop een stoel staan, pakt zijn stemvork en daarmee de juiste noot en zingt een kleine sololijn. Het is tegelijkertijd ontroerend in zijn eenzaamheid en lieftallig onhandig, bovenop zo’n stoel.

Afbeelding2Het Huwelijk © Pieter Dumoulin

Ontroering brengt ook de unanieme staande ovatie die volgt op Requiem pour L. van Fabrizio Cassol & Alain Platel in het Concertgebouw te Brugge. Na twee uur  meegenomen te worden in de (rouw)mis richting de dood, kun je – ter viering van het leven – ook niets anders dan je recht te zetten en je handen kapot te klappen. Maar de zwaarte van de thematiek is niet het enige wat je ertoe aanzet. Het ongelooflijke muzikale talent van de zangers en muzikanten is voor mij de hoofdoorzaak. Requiem pour L. is de dappere onderneming van componist en saxofonist Fabrizio Cassol, die het Requiem van Mozart reconstrueert tot een nieuwe ervaring waarin jazz, opera en populaire Afrikaanse muziek samenkomen. De nieuwe muziek wordt visueel ondersteund door de scenografie van Alain Platel, die zocht naar een beeldende vertaling van de beleving.

Persoonlijk, dat was niet nodig. De muziek, de passie en het plezier van de uitvoerders waren mij al genoeg en werden zelfs afgeleid en beperkt door het decor (zelf benoemd geïnspireerd op het Holocaust monument in Berlijn) en de geprojecteerde beelden van de stervende mw. L., aan wie dit Requiem werd opgedragen.

Het beeld versterkt enkel in zijn eenvoud. Ook hier geldt: overdaad schaadt. Waar de on-uitputtende cirkelbeweging van Miet Warlop je als toeschouwer meeneemt en constant doet verbazen, is de cirkel waarin Tibaldus’ zangers rondom de gestorven Felipe staan ook voldoende om gelijk te zeggen wat het zeggen moet. De cirkel als requiem werkt direct, omdat de zangers elkaar zo kunnen aankijken. Hun onderlinge intimiteit en kwetsbare stemmen hebben niets anders nodig.

Al helemaal is dit bij Requiem pour L. De passage Ad Te, welke eerst ‘klassiek’ en vervolgens in groove wordt uitgevoerd, maakt auditief de cirkelbeweging van Mozart als een van de wortels van de Weense Klassieken naar de roots van de Afrikaanse performers. Daar is geen decor voor nodig.

Afbeelding3Requiem pour L. © Chris van der Burgh

In retroperspectief luidt mijn wens dan ook als “Laat de muziek voor zich spreken en filter al het overbodige uit de performance.” Talent kan zonder opsmuk, een groove echter niet zonder beat. Het fysieke contact dat Platel onderling laat maken is een grote ondersteuning van de warmte van de zangers en de muziek, echter het Joodse ritueel van stenen leggen en de soms wat geforceerd aandoende dansen zitten de ervaring in de weg. Maak geen zuinige keuzes, maar kies slim en doeltreffend. Dat gun je de artiest en toeschouwer.

 

 

Featured Image: Requiem pour L. © Chris van der Burgh