Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wat is er gaande met Instagram in Museumland?

Instagram en musea. Beiden zijn au fond (artistieke) plaatjesboeken vol escapistische droombeelden om even het hier en nu te vergeten. Verzamelingen die in het beste geval inspiratie bieden, maar evengoed een esthetische smile and be happy-filter op het alledaagse leven leggen; plekken waar je gemiddeld 4 seconden blijft hangen en daarna door scrolled/strolled richting een nieuwe ervaring.

Net die zoektocht naar ervaringen vormen tegenwoordig de sleutel in het bereiken van publiek in museumzalen. Of hoe Instagram (schijnbaar) kunstmusea selfie-gewijs weet te veranderen.

Tik op de alleswetende zoekmachine Google eens de volgende trefwoorden: Museum of Ice Cream (San Francisco), Museum of Selfies (Hollywood) en Museum of Feelings (New York). Het resultaat? Tientallen kleurrijke, identieke afbeeldingen van kunstinstallaties in interactieve pop-up musea met een extreem hoog Alice in Wonderland-gehalte. Het vaak breed lachende publiek op de kiekjes en de rozengeur-en-maneschijn verwarren ons al. Diep peinzend voor zich uitstaren naar een beeld blijkt dus niet de doorsnee museum reflex. De bezoekers maken één voor één onderdeel uit van de installatie en vormen samen met de ruimte een pretty perfect Instaplaatje. #happy #posing #sorrynotsorry

Afbeelding1© Sun Sentinel

Dankzij perfecte lichtomstandigheden, kleurrijke achtergronden en interactieve elementen zijn deze kunstinstallaties speciaal ontwikkeld om op je Instawall te belanden en daarmee het ene na het andere hartje binnen te slepen. Elke fotograaf die cava sippende mensen op een doorsnee statische vernissage als top shot selecteert, haalt hier gerust zijn hart op. Meer nog, iedereen kan net dat ene plaatje vastleggen met een smartphone in de hand in deze quasi perfecte fotografeerbare omgeving. Nog een portie # daarbij én klaar. Black Mirror alarm: kunst ervaren via een scherm in de broekzak? Het is een ding.

Maar is het nieuw? Het pop-up museum is dat alvast niet. Al in de sixties had men door dat kunst niet enkel witte muren kon opkalefateren, maar dat een driedimensionele aanpak best meeslepend en interactief kon werken bij Jan Modaal. The Obliteration Room van Yayoi Kusama is daar een voorbeeld van. Wat hedendaagse musea vandaag de dag toelaten met gekleurde bezoekersstickers aan toegangsdeuren, deed Kusama al lang voordien. Ze liet bezoekers namelijk in een spierwitte ruimte overal waar ze maar wilden gekleurde stickers plakken.

Afbeelding2© Scott Shaw Photography

Wat wel nieuw is, is het zogenaamde marketing to the people, oftewel het volk mee de marketing laten dragen. De meest succesvolle promocampagne voor deze musea is het DIY-promo pretpakket dat we beter kennen als de talrijke selfies op de Instawall van hun bezoekers. Dat ook je rug niet meer je minst fotogenieke lichaamsdeel is, weet iedereen tegenwoordig. We kijken niet enkel naar Die Rückenfigur op de muur, een eeuwenoud motief uit de klassieke schilderkunst. We zijn gewoonweg het motief. Bij uitstek de Homo Millennialus (om het zo te zeggen) gedijt goed in deze see and be seen habitat – de drang om gezien te worden in de praal en pracht van 19de-eeuwse opera’s lonkt niet ver weg. Niet voor niets beschouwen critici de millenniumgeneratie als een groep die alles kan worden, zolang ze het zelf maar heel graag willen. De instagrammability van deze installaties trekt een publiek aan die anders misschien niet naar musea zou komen.

Dat laat ook traditionele musea nadenken over een mogelijke scenografische ommekeer, al blijkt het geen evidente keuze te zijn. Wetenschappelijk bewijs toont aan dat de individuele ervaring met het kunstwerk verandert eenmaal je zelf achter de lens staat. Foto’s nemen zorgt ervoor dat je minder van de kunstervaring zelf geniet. Op grote schaal verandert dat ook hoe we musea bezoeken. Musea staan met andere woorden voor een moeilijke keuze: fotograferen verbieden en potentieel een nieuw, vaak jonger, publiek mislopen, of toelaten en mogelijks de ervaring veranderen?

Er dringt zich nog een ernstiger vraagstuk op: Zijn deze pop-up musea wel musea? Moeten we deze evolutie omarmen of stilaan op de barricades gaan staan? Doorheen de ogen van je smartphone in musea ronddwalen, stuurt de individuele beleving van kunst de wereld in. Sceptici beschrijven dat fenomeen maar al te vaak uitvoerig met termen als oppervlakkigheid, commercialisering en egocentrisme. Al kunnen we ons terecht de vraag stellen hoe anders dit is dan de talrijke photobombs die de Mona Lisa elke dag te verduren krijgt.

Afbeelding3© Pedro Fiuza/NurPhoto — Sipa, via Associated Press

Gaat het hier, net als in de vorige gevallen, om een narcistisch en oppervlakkig verhaal, en eigenlijk totaal naast de artistieke kwestie? Ja. Maar in elk geval beseffen die instanties in welke tijd we leven en spelen ze er slim op in. Kunst controleert of stuurt het publiek niet. Kunst reageert op wat een massa doet. In het beste geval, reageert die massa terug op het werk in een constante dialoog.

Kunst met of zonder hoofdletter k, kunst in een white cube of kunst in de publieke ruimte. Mensen vinden wel een weg om zichzelf te vereeuwigen naast het kunstwerk. Dat is immers de realiteit van deze hedendaagse maatschappij die individualisme hoog in het vaandel draagt en waarbij we gekluisterd zijn aan schermen. Uiteindelijk bezoeken mensen wel de traditionele musea, ook al is dat omwille van één pakkend beeld op sociale media. Als dat een publiek is die anders nooit met kunst in contact zou komen, moeten we dat dan volledig afschrijven?

Het hele like-dislike narratief is dus eigenlijk niet de hamvraag. Kunstinstellingen sturen deze evolutie niet aan bij het publiek. Ze reageren enkel op wat bussen toeristen, wegwerpcamera’s en selfiesticks al jaren spontaan doen. En een tijdsgeest weerspiegelen, is dat niet al eeuwen één van de criteria om van kunst te spreken?

 

Featured image: © Andrew Toth/Getty -Yayoi Kusama’s “Infinity Mirrored Room”