Deconstructie van dans, drums en vooroordelen

Het is maar door welke bril je kijkt. Op donderdag 20 december 2018 keek ik door een ietwat feministische blik (gefocust op gendernormatieve stereotiepen) naar FLAMER van Femke en Lander Gyselinck. Verrast zette ik mijn bril af, veegde mijn glazen schoon, zette mijn bril weer op en keek nog eens. Het was waar. Wat ik hier zag was een dans, een bewegingstaal, een connectie die nièt gestuurd werd door een seksuele identiteit, maar door louter universele raakvlakken van intimiteit, kwetsbaarheid en familiebanden.

De opzet was helder: zij, de danseres, zal drummen en hij, de drummer, zal dansen. Dat liet van te voren al flink wat ruimte voor speculatie en riep verwachtingen op, een spannende taak die de twee artiesten zichzelf hadden opgelegd. Want hoe behoud je een degelijk niveau terwijl je aan een discipline werkt die niet de jouwe is? Hoe maak je die zoektocht presenteerbaar? Wanneer ‘werkt’ het en wanneer niet?

De setting is een haast arena-achtige opstelling van publiek (we zitten aan drie kanten van het vierkant), terwijl we kijken naar een drumset met werkelijk álles erop en eraan. Femke en Lander wandelen op en beginnen enigszins droog te bewegen. Een ritmische ademhaling hier en daar verraadt de muzikaliteit en het ritmegevoel van beiden. Soms raken ze samen in een flow, maar het overgrote deel toont nog kaal.  

 

afbeelding2
© Michiel Devijver

 

De zoektocht binnen elkaars discipline ademt verbinding en een kinderlijke nieuwsgierigheid naar het ‘ding’ dans en drums. Daarna ontpopt zich de grote deconstructie. De (bewegings)taal van beide disciplines wordt uitgepakt en ontmanteld. In kleine stapjes nemen ze je mee in hun onderzoek. Soms klinkt er ineens muziek en vallen de puzzelstukjes op hun plek. Dan weer is het onduidelijk waartoe de beweging ‘diende’. De idee van ‘professionele dans’ rijmt niet met wat je in gedachten hebt, maar rijmt wel – kom je later achter – met de tekst van Jennifer Lopez’ Jenny from the Block. Zodra die puzzel gelegd wordt, zit je met glimmende ogen rechtop: de energie van Lopez’ muziek valt samen met die van de performers en de droge initiatieven vormen nu een dans.

 

afbeelding3© Michiel Devijver

 

De drums ondergaan eenzelfde deconstructie. Zodra Lander eindelijk achter zijn drums kruipt, klinkt er eerst de langverwachte (jazz)solo van de gevierde muzikant, waarna hij het drumstel totaal begint af te breken. Letterlijk. Bekkens en stokken vliegen in het rond en ook Femkes dans reageert op de chaos. Langzaam en behendig kruipt zij achter hem op de kruk. De stokken stevig vast, haar adem giert.

Dan de eerste vier trefzekere klappen. Allen óp de tel. Ze ondersteunen de groove die Lander neerlegt. Dit motief wisselt ze af met nog twee andere ritmische motieven, die – ondanks hun eenvoud – precies passen binnen het ritmische kader. Haar motieven en Landers groove vormen samen een onstuitbaar geheel, waarin beiden de juiste en passende bijdrage leveren.

Het is duidelijk dat het Landers disciplines is, maar het gezamenlijk plezier, de focus en de fysieke, non-verbale communicatie tussen broer en zus stralen van evenwaardigheid en verbondenheid.

Zoals Femke zegt: ‘We werken heel de tijd naar elkaar toe en proberen zo een soort van gelijkheid te vinden ondanks de verschillen in techniciteit.’

 

afbeelding4
© Michiel Devijver

 

Een zelfde kwetsbare en intieme houding nemen de Gyselincks aan tijdens een van hun laatste  ‘scènes’. Met klokkenspel en ‘mini-keyboard’ lopen ze op en gaan ze in het midden van de zaal zitten. Femke rechtop en gedecideerd, Lander wat krommer, met zijn lange benen wijd rondom het keyboard. Er klinkt een kleine melodie van het klokkenspel, wat gevolgd wordt door: ‘Waiting for to – night, Oh. When you would be here in my arms.’ Ontroerd gegrinnik volgt.

Wéér Lopez en weer niet wat je ervan verwacht: Lopez’ geproduceerde nummer dat teruggebracht wordt tot twee stemmen en twee kleine instrumenten, met kwetsbaarheid alom. De intieme setting, de constante blik naar elkaar, de trillende stemmen, de focus op zuiverheid en het juiste ritme… alles trekt je volledig naar het duo toe. De ontroering ligt dichtbij en je wenst dat ze nooit ophouden. Een format waar ze onbekend mee zijn, bouwt een brug die hun band enkel versterkt.  

 

afbeelding5© Michiel Devijver

 

Ontroerend en verfrissend, dat zijn woorden die bij deze voorstelling allicht het best passen. Ondanks de tegenstellingen drummer-danser, broer-zus, man-vrouw, jonger-ouder worden we juist geconfronteerd met een voorstelling die voorbij gaat aan de polariserende tegenstellingen. Het is geen competitie tussen het niveau van de performers, het is geen strijd tussen broer en zus. Opvallend: de bewegingstaal van beiden is – door hun verbintenis met de (klank van de) taal – zó neutraal en passend bij de twee lichamen, dat het niet uitmaakt wiens professie het is. Flamer verrast en verruimt.