Content follows form, and not in a good way

What do/can/may I create? maakt monddood

Maandagavond, 20:00 uur, Theaterzaal van de Vooruit. Een veertigtal mensen zit klaar voor een podium waarop drie zetels (één kleinere links en twee grotere daarnaast), twee tafels met glazen water en twee planten (tja) staan. Achter deze scène in grote lichtgevende letters: DECOLONIZE. Dan komen Heleen Debeuckelaere, Nora Chipaumire, Pitcho Womba Konga, Milo Rau en Alain Platel op en gaan tevens in deze volgorde op de zetels zitten.

Debeuckelaere, mede-oprichter van BLACK SPEAKS BACK, omkadert de avond even. De gesprekken van de avond zullen gevoerd worden aan de hand van stellingen, waar de mensen in het middelste zeteltje (nu bezet door Chipaumire en Womba Konga) op mogen antwoorden. Zo is het de bedoeling dat er telkens twee mensen in gesprek zijn over een bepaald onderwerp. Omdat Chipaumire en Womba Konga daar zitten, openen zij de avond. Ze stellen zichzelf voor en leggen uit waarom ze naar dit gesprek gekomen zijn. Opvallend vind ik het dat Milo Rau en Alain Platel niet voorgesteld worden, maar soit.

Dan komt de eerste stelling. “A lot of art created about African stories is not meant for black audiences.” Voor wie het Etcetera-artikel “Dialoog na Leopold II” (van Wouter Hillaert) gelezen heeft – waarin Debeuckelaere in gesprek gaat met regisseur Ravel Ruëll – herkent gelijk Debeuckelaeres redenatie en visie. De ietwat persoonlijke stelling van Debeuckelaere roept ook bij Chipaumire en Womba Konga vragen op. Al zuchtend begint Chipaumiro aan haar monoloog en haalt enkele krachtig geponeerde statements van de stelling rustig onderuit. Onvermijdelijk ietwat teleurstellend voor Debeuckelaere. “Let’s continue,” is dan ook haar repliek.

Afbeelding2© Michiel Devijver

Womba Konga wordt ingewisseld voor Milo Rau, Rau stelt zichzelf voor en de volgende stelling staat reeds klaar. Je voelt hem misschien al aankomen, maar zo verloopt de rest van de avond. Twee sprekers, één stelling, twee monologen, en als we geluk hebben stelt Debeuckelaere nog wat vragen tussendoor. De lengte van de antwoorden en het gebrek aan dialoog en scherpzinnige vragen beginnen al wat op de zenuwen van het publiek te werken. Vooraan zie ik grote handgebaren en mede door de reeds geladen inhoud van de stellingen stijgt de spanning in de zaal.

Na een aangenaam en onderhoudend maar kalm gesprek tussen Platel en Rau, neemt Chipaumire de plaats van Rau in en haalt het vorige gesprek met enkele dodelijke – maar pas op, niet geheel onterechte – steken volledig onderuit. Platel duikt in een hoekje, ik moet ineens denken aan het gesprek dat ik een week of wat geleden met mijn vader aan de ontbijttafel had.  

Geanimeerd vertelde ik hem over een Vlaamse wielrenner die uit de Ronde van San Juan werd gezet, omdat hij zich op seksistische wijze had opgesteld achter een medewerkster van de Ronde toen er foto’s werden gemaakt van de wielrenners. Toen mijn vader – kalm en wijs – mij niet direct in geuren en kleuren gelijk gaf (waarschijnlijk moest hij gewoon nog even wakker worden), sprong ik op en gaf ik hem – met mijn hernieuwde kennis, zie ook mijn andere feministische artikelen – binnen no time lik op stuk. Ik tierde maar door over herbevestiging van stereotiepen en “dat het nu toch echt een klaar moest zijn”. Mijn vader, wijs als hij is, liet mij uitrazen en gaf daarna voorzichtig doch daadkrachtig terug: “In het vervolg moet je misschien niet diegene die niet per se tégen je is, gelijk tot vijand maken.” Met het schaamrood op de kaken zakte ik terug in mijn stoel en dronk in stilte mijn kopje thee op.

Afbeelding3© Michiel Devijver

Hetzelfde zie ik hier gebeuren. Platels vraag “Wat kan ik nog creeëren? aan het adres van Debeuckelaere is nota bene de aanzet voor dit gesprek. Hij krijgt gelijk het label ‘geprivilegieerde witte man’ en daarmee wordt alles wat hij zegt onderuit gehaald. Dit lijkt ook haast de opzet van het debat. Chipaumire en Womba Konga vertegenwoordigen “zwart”, terwijl Platel en Rau “wit” vertegenwoordigen. Maar was het nu juist niet de bedoeling om daar vanaf te stappen? Om in gesprek te gaan en samen te zoeken naar oplossingen? De uitgenodigde panelleden functioneren niet als persoon, maar puur binnen het vooraf vastgestelde en ingekleurde hokje.

Black Speaks Back is een wervend statement maar deelt de witte mens in bij de club die eindelijk wordt (en moet worden) tegengesproken. Je wordt dus niet als individu aangesproken, maar als onvrijwillig representant van een groep. En wij hebben al genoeg gezegd in het verleden, dus hoef je nu niets meer te zeggen. Sterker nog, je mag niets meer zeggen, behalve mea culpa slaan en op je knieën gaan. Dit geeft mij in het publiek een ongemakkelijk gevoel. Mag ik hier eigenlijk wel zijn? Maar ik wilde toch juist iets leren van deze avond?

Het leren en de nuancering ervan, dat wordt gelukkig door andere leden uit het publiek met beide handen aangegrepen. Echter, als na een veel te lange uitweiding omtrent Coup Fatal (2014) het publiek zich (helaas in het begin nog zonder microfoon) ook uitspreekt en een eigen ervaring naar voren schuift, zegt Chipaumire: “This is what always happens in Europe,” en stapt vervolgens demonstratief richting de coulissen. Je onttrekken aan een debat is wel de grootste misser die je kunt maken. Haar weglopen liet publiek en mede-panelleden in de steek. Ik wist niet meer waar ik kijken moest.

Zo komen we er volgens mij niet. Zeker niet als Debeuckelaere zich ook nog in het gesprek moeit en een opmerking van een vrouw uit het publiek probeert te weerleggen. Wie mag hier nu spreken? Het is mij onduidelijk.

Afbeelding4© Michiel Devijver

Minder vurig zijn de zeer kleurloze commentaren van Milo Rau. Verder dan zich verstoppen achter “Ik wil wel samenwerken, maar er worden geen visa’s goedgekeurd” en meta-reflexies over het/zijn (eigen) theater komt hij niet. Misschien heeft hij zich ook langzamerhand teruggetrokken uit de conversatie, want zelfs Debeuckelaeres steek over zijn voorstelling Compassie lijkt niet aan te komen. Rau geeft geen gehoor.

Zeer blij word ik wel van Womba Komgas genuanceerde statements (“It would be interesting to have some black writers who write about white people, that has never happened before.”), Platels continue zoekende houding en zin voor dialoog en het enthousiaste en passionele publiek dat dapper genoeg is geweest om te reageren op de ‘gesprekken’ die gaande zijn op het toneel.

What do/can/may I create is natuurlijk niet volledig gefaald. Het initiatief vind ik heel sterk en ik keek er ook zeer naar uit. Maar als een (of meerdere) van de sprekers zich radicaal onttrekt uit het debat, het publiek zonder microfoon op zijn honger blijft zitten en de mediator met name op zoek is naar haar eigen gelijk, is er van uitwisseling van argumenten en ervaringen weinig sprake.

Afbeelding5© Michiel Devijver

 

Featured image: Michiel Devijver