Bloed en Bodem: Milo Rau’s Orestes in Mosul

Mosul, de stad waar IS het kalifaat uitriep in 2014, vormt het decor waar Milo Rau Orestes in Mosul ensceneert, dat is gebaseerd op de oudst overgeleverde trilogie uit de Europese cultuur: de Oresteia. De parallellen tussen de vervloekte familie en de gehavende stad worden verbonden door de universaliteit van de Griekse tragedie van Aeschylos.

De oorsprong van Orestes’ lot wortelde in de vloek die de goden over zijn bedovergrootvader Tantalus uitspraken wegens hoogmoed omdat hij zijn zoon had voorgeschoteld als maaltijd voor de Olympische goden. De nakomelingen van Tantalus, net als IS, zouden zich te buiten gaan aan familiemoord, incest, moord voor een ‘hoger’ doel maar vooral wraak. Wanneer Agamemnon, als generaal van de Griekse legers, zijn dochter Iphigenia offert voor een gunstige wind om zijn schepen naar Turkije te voeren, neemt zijn vrouw Clytaemnestra wraak door samen met haar minnaar Aigisthos het koningschap te claimen in Agamemnons afwezigheid. Wanneer Agamemnon terugkeert na de val van Troje vermoorden zijn vrouw en haar minnaar hem. Hun zoon Orestes wreekt zich en vermoordt op zijn beurt zijn loeder-moeder. De ene moord verantwoordt de volgende waardoor een cirkel van geweld en misdaad getekend wordt. Nadat Orestes ter verantwoording wordt geroepen in de allereerste rechtbank, wordt hij verdedigd door de godin Athena, die door hem schuldig te bevinden maar niet te straffen de cirkel van wraak en wederwraak stopzet.

Ook Mosul kent een geschiedenis die geschreven wordt in het bloed van opeenvolgende dynastieën. De grondlagen van Mosul, Nineve, de oudste en grootste stad uit de pre-klassieke geschiedenis, zijn al tweemaal zo oud als de tijd die ons scheidt van Aeschylos. Eerst een speelbal in de millenialange strijd tussen bergvolkeren en landbouwers werd de latere Assyrische hoofdstad overrompeld door Soemeriërs, Akkadiërs, Babyloniërs, Meden, Perzen, Hellenen, Sassaniden, Byzantijnen, Arabieren en Mongolen. In de negentiende eeuw werd het huidige Irak opgenomen in het koloniale Empire . Na de Iraakse onafhankelijkheid in 1958 vestigde Saddam Hoessein een seculiere staat die vocht tegen het sjiitische Iran en de eigen Koerdische bevolking. In 2014 profiteerden jihadisten van de chaos die de Verenigde Staten hadden achtergelaten na Saddams terechtstelling en riepen ze te Mosul het kalifaat uit: esthetiek, kunst en emancipatie worden verboden. IS voedt haar spaarkas en financiert de oorlog met de verkoop van illegale olie. “I dream of the day, on which there is no drop of oil left here,” getuigt een pessimistische voormalige officier als gepolst wordt naar de toekomst van de stad. Nadat de mensen het ongerepte land hadden gecultiveerd, vervloekte het land hen met het zwarte goud.

De stedelijke rijkdom aan cultuur, mensen, natuurlijke weelde en instituties veroorzaakte een historische vloek, zoals de nakomelingen van Tantalus werden veroordeeld door de hoogmoed van hun voorvader.

Langs de ene kant laat Rau magistrale acteurs op de oorlog en de Oresteia geïnspireerde scènes op de bühne uitvoeren, langs de andere kant zien we op een scherm boven het toneel scènes geprojecteerd die door Belgen en acteurs uit Mosul worden gespeeld tussen de ruïnes van de oudste metropool. Deze scherven van beschaving staan er brokkelend stil en gehavend bij, in tegenstelling tot de meer spectaculaire beelden die ons toevertrouwd zijn via de media van explosies en hysterische bewoners. De stad houdt op een journalistiek evenement te zijn, maar wordt een plek waar mensen leven tussen de oorverdovende stilte van de resten van hun voormalige bestaan.

Het massamediale wordt versterkt door sommige scènes op het toneel te filmen en te projecteren op het scherm. De overeenkomsten tussen de verschillende perspectieven zijn frappant, maar even vaak is het gefilmde beeld eerder opgenomen in Mosul zelf in een gelijkaardige setting waardoor het Gentse theater en Mosul in elkaar doorlopen. Bijzonder goed getimed zijn de gesprekken die tussen de acteurs uit Mosul en die te Gent worden opgevoerd, alsof het allemaal live is.

De klassieke trilogie werd aangepast aan de eisen van het NTGent-manifest uit 2018. Het bescheiden decor bestaat uit twee kleine kamertjes die de scene onderverdelen in verschillende settings. Een tafel met auditieve en visuele apparatuur ontbloot de mechaniek van het stuk.

Als leerling van Bourdieu is het logisch om Rau te zien zoeken hoe de gespecialiseerde, culturele velden kunnen worden geïntegreerd middels de ervaringen van de acteurs. Geen blasé onderscheid tussen wereld, scène of  acteurs en getuigen. De poëtische rechtvaardigheid van de tragedie concretiseert zich in de waarheid van de acteurs.

Hun habitus vertolkt de oorlog. Sommigen hoefden zelfs geen rol te krijgen omdat hun levensloop hen een perfecte cast maakt om de visie van Rau te vertolken. Allen spelen hun eigen tragedie als speelballen en slachtoffers van het lot, dat verpersoonlijkt wordt door een staat: alle Irakese acteurs hadden op gewelddadige manier een familielid verloren sinds of door de Amerikaanse invasie; bewoners, die gedurende de IS-dictatuur, ondergedoken muziek maakten; de fotograaf die zich een telelens koopt zodat hij verborgen zijn passie kan blijven uitvoeren; de vrouw die gevangen gezet was na de val van het kalifaat omdat ze ontvoerd was door de jihadisten en door de door verkrachting verwekte kinderen beschouwd werd als een IS-vrouw.  

De habitus van de acteurs als onontkoombaar perspectief in het reëel maken van de voorstelling, een brug tussen werkelijkheid en verhaal dat zin krijgt door de persoonlijke bemiddeling van de deelnemers. Zo leiden in de opening van het toneel de Belgische acteurs op het toneel zichzelf in door hun ervaringen met de Oresteia te delen, op het einde van het stuk wandelen twee acteurs door de platgebombardeerde stad en vertellen ze hoe zij als mensen reageerden op de brokstukken van het oude Nineve, platgebombardeerde getuigen van millennia aan beschaving, ruïnes van ruïnes.

Is er geen uitweg uit het onfortuinlijke rad van wreedheid? Is de mens gedoemd om zijn fouten te herhalen? Welke uitweg biedt het lot de mens om zijn persoonlijke rancune en zijn hoogmoed te overwinnen?

In Aeschylos’ Oresteia werd het probleem opgelost door de Atheense, democratische rechtspraak, die de godin Athene installeerde tijdens het proces van de moedermoordenaar en vaderwreker. De staat als oppermachtig instrument waarvoor iedereen gelijk is. Tussen de platgebombardeerde ruïnes van de miljoenenstad is de staat echter een desillusie, een herinnering aan de wreedheden van de macht, een vehikel voor het verderzetten van de eeuwige rancune tussen volkeren en de polarisatie van culturele verschillen. Milo Rau plaatst hier tegenover de positieve kracht van mensen, die willen creëren, muziek maken, fotograferen en acteren na het iconoclasme van IS. Zij hebben geen nood aan meer bloed, aan meer twijfelachtige gerechtigheid, aan het verderzetten van de tegenstellingen, aan het reanimeren van de geleden pijn. Zij willen hun herinnering niet herleven door vergelding of vergeving, maar willen net transformeren. Niet de verwerpelijke dominantie van de staat maakt ons gelijk, maar het besef van de gedeelde tragedie.

 

 

Featured Image: Cassandra en Agamemnon: de volgende op ‘death row’. ©Fred Debrock