De emancipatie van stilte: of hoe stilte de vleeswording wordt van schoonheid

In het begin was er niets, daarna kwam duisternis en daarna het licht. Het overkwam me terwijl ik staarde in de oneindigheid van water. De zon had zich onherroepelijk verdiept in onbereikbaarheid en alles zweeg. Enkel de ruismuziek van fluctuerende golven vergezelde mij en mijn nietig bestaan. En toen was er dat licht, dat prille licht van maneschijn, dat het duistere deken verscheurde. Ik was niet meer alleen. Ik was verbonden met de werkelijkheid van het hier en nu, aan zee. Net die ervaring zette mij aan het denken: Wat is stilte? Wat betekent die stilte? Hoe spreekt die stilte? Vanaf dat moment werd ik stilte. Die fascinatie zit als een rode draad vervlochten in alles wat ik doe, in mijn poëzie, in mijn muziek en in mijn dagelijkse contact met de wereld. Het laat me niet meer los. Het is mijn redding en mijn verlies. Misschien kan ik wel stellen dat stilte een noodzaak is geworden om mijn leven draaglijk te maken. Misschien is het mijn vlucht voor een veel te haastige, dolgedraaide wereld.

Ik ga dus uit van een enorm verlangen naar geestelijke stilte, waaruit mijn creativiteit kan voortkomen. Ik verplicht mezelf om in complete afzondering na te denken over mezelf, om van daaruit over te gaan tot een proces waar ik die stilte kan verklanken of verwoorden in een compositie of een gedicht. In deze context heb ik het dus niet zozeer over het louter fysieke aspect van akoestische wetmatigheden, maar wel over het abstract-filosofisch idee: stilte als zijnsvorm of als een vorm van contemplatie. Dit vertoont dus parallellen met het existentialistische gedachtengoed, het boeddhisme en het nihilisme, zo je wil.

Naamloos – Quinten De Coene – Chinese inkt en houtskool op papier, 21 x 30 cm, 2016

Thema’s als (on)eindigheid, leven, dood, leegte en andere Sartriaanse termen, nemen dan ook vaak de bovenhand in mijn oeuvre. Mijn gecultiveerde interesse voor het existentialisme werd ondermeer aangewakkerd door het werk Jean Paul Sartre en Albert Camus. Twee literatoren die mij een enorme hunkering hebben meegegeven om het leven ten volle te ondergaan. In dit opzicht herinner ik mij vrijwel direct een conversatie die ik had met mijn goede vriendschilder, Quinten De Coene, die stelde dat een gezond mens minstens één keer per jaar zou moeten nadenken over zelfmoord. Niet dat we daarom direct moeten wachten op de eerstvolgende razende trein, maar het biedt wel perspectieven om af en toe eens te balanceren tussen de effectieve daad en de rationele overwegingen. Deze diepfilosofische kwestie is volgens Albert Camus dan ook de meest fundamentele vraag in de filosofie:

“Il n’y a qu’un problème philosophique vraiment sérieux : c’est le suicide. Juger que la vie vaut ou ne vaut pas la peine d’être vécue, c’est répondre à la question fondamentale de la philosophie.” 1

– Albert Camus

Maar goed! Begrijp me niet verkeerd! Ik hou van dit 1 leven en al zijn geneugten, maar nadenken over die mystieke stilte is op z’n minst fascinerend. Naar analogie van deze existentiële perspectieven over het leven, ben ik later ook in aanraking gekomen met het boeddhistische gedachtengoed. Het boek ‘Book of Mercy’ van Leonard Cohen heeft mij een diepere kijk geboden op het kostbare goedje wat het leven is. Hij leerde me te mediteren door los te komen van de realiteit van de dag, door in absolute stilte één te worden met het universum.

“I stopped stopping and I stopped starting, and I allowed myself to be crushed by ignorance.”

– Leonard Cohen

Zijn mystieke poëzie verschafte mij inzicht in de grotere werkelijkheid van het zijn. Verstilling betekent voor mij dus stilstaan bij de diepgewortelde fundamenten van het leven. Deze inzichten bieden op hun beurt dan weer inspiratie om tot een persoonlijke esthetiek te komen. Een gesublimeerde schoonheid.

Zoals ik eerder aanhaalde, gaat het mij hier niet om een fysieke stilte, maar om een mentale toestand: Een geestelijke balans waaruit ik mijn ideeën ontwikkel. Een kunstwerk is volgens mij dus materie-geworden geest. Of anders gesteld: Kunst is de vleeswording van stilte. Die stilte bewustwording, die aan de basis ligt voor het kunstwerk, is dus een zeer persoonlijke aangelegenheid. De drijfveren van pakweg Mark Rothko zullen anders zijn dan die van Georg Friedrich Haas en zullen weer verschillen bij een figuur zoals Morton Feldman, maar hun output bevat grosso modo gelijklopende thematieken. In het volgende paragraafje zal ik kort even stilstaan bij de drie bovengenoemde kunstenaars en zal een poging doen om aan te geven dat, ondanks hun uiteenlopende creatieve insteek (hun geestelijke stille toestand), er toch een gelijkaardige kunstuiting naar boven komt drijven.

Psychiater-schrijver Dirk De Wachter zei onlangs in een TV-interview2 dat mensen altijd op de vlucht zijn voor hun ware gelaat. We vluchten in ‘de andere’ om niet te hoeven nadenken over onze eigen levensvragen. We zijn dus bang om er alleen voor te staan, wat logisch is. Mensen zijn sociale dieren en hebben de andere nodig om te overleven. Kunstenaars en filosofen zoeken wel vaker de afzondering op, om zich er op te beroepen. Zij zoeken binnen die eenzaamheid naar die diepgewortelde stilte en confronteren zich met de intensiteit ervan, die ofwel werkelijk stil kan zijn, of oorverdovend luid.

De Amerikaanse kunstenaar Mark Rothko staat bekend als een abstractexpressionistische schilder, een mysticus die het metafysische aspect van het leven in zijn penseelstreken probeert uit te drukken. Zijn imposante color field paintings3, die de aanschouwer tot nadenken aanzet, zijn alom bekend en geprezen. Door zijn welbedachte kleurencomposities slaagt hij er in om de diepste menselijke emoties uit te drukken. In zijn boek ‘The Artist’s Reality4 formuleert hij het volgende over de relatie van zijn werk tot de aanschouwer:

“If you are only moved by color relationships, you are missing the point. I am interested in expressing the big emotions – tragedy, ecstasy, doom.”

– Mark Rothko

Het ervaren van een Rothko gaat dus een stuk dieper dan de louter zintuigelijk waarneming. Je moet verstillen en het kunstwerk ervaren, dan pas kom je op gelijke voet met de kunstenaar. Als je een emotionele ontlading krijgt tijdens het kijken van dergelijke doeken, dan pas begrijp je de diepere betekenis van kleuren. Het is een quasi religieuze ervaring, zo zegt hij zelf.

In 1970 schilderde hij het knalrode doek ‘Untitled’, waarmee hij zijn contemplatie over de dood uitdrukte. De stilte werd hem waarschijnlijk te luid als blijkt dat hij enkele dagen later teruggevonden werd in een plas van bloed. De vraag of het schilderij als een Suicide Note kan fungeren is voor kunstwetenschappers nog steeds een bron van discussie.

Maar het bewust nadenken over leven en dood hoeft niet per definitie zo’n destructieve consequenties te hebben. Georg Friedrich Haas (°1953) is een Oostenrijkse hedendaagse componist die de dood recht in de ogen durft te kijken. Het merendeel van zijn oeuvre is geïnspireerd op de eindigheid van het bestaan. Werken als In Vain, Fremde Welten, de terrae fine zijn hier voorbeelden van. Hij concipieert muziek die bij de luisteraar als het ware een bijna-doodervaring ontlokt. Misschien lijkt dit wat overdreven, maar hij slaagt er wel in mensen bij de keel te grijpen en te doen nadenken over de zin (of de onzin) van het leven door zijn klankconstructies. Hij wil zijn publiek dus op een vaak zeer onsubtiele manier provoceren en hen aan het denken zetten door een kleurenpalet aan te rijken dat vooral gebaseerd is op fluctuerende microtonaliteit. Zijn behandeling van ‘Klang’ is net als bij Mark Rothko’s kleurvlakken zeer intens. Zijn muziek verklankt waar het in de realiteit echt over gaat, daarbij is het auditieve genot dus maar een futiliteit. De luisteraar moet de muziek, of beter gezegd de vibraties, ervaren. In zijn opera Morgen und Abend, brengt hij enkele existentiële dualiteiten naar voren. De titel zegt het al: Morgen und Abend, licht en donker, leven en dood… Het muziekstuk vertelt het verhaal over de geboorte en de dood van een zekere Johannes. In het eerste deel portretteert Haas de (moeilijke) geboorte en verklankt dit door huilende strijkers en zeer penetrante, percussieve interventies op het publiek los te laten. In het tweede deel zien we hoe Johannes beseft dat hij eigenlijk al lang gestorven is en de grens naar de ‘andere’ wereld oversteekt. Ook hier wordt dit bereikt door een extreem luid en agressief orkestspel. Haas wil hier eigenlijk aangeven dat er niet zo veel verschil is tussen leven en dood. Het is een wreed en verschrikkelijk gebeuren om geboren te worden, omdat je zo machteloos bent. Je bent op deze wereld gekomen of je het nu wil of niet. Media vita in morte sumus5 , zo je wil. Op die manier probeert hij iets metafysisch, wat leven en dood is, als iets fascinerends te verhandelen, zonder het commercieel te maken. De sterfelijkheid is op die manier even alledaags als kakken en pissen, eten en drinken.

Georg Friedrich Haas – In Vain

Een derde kunstenaar, die ik zeker moet aanhalen in mijn pleidooi voor stilte, is Morton Feldman. Een Amerikaanse minimalist die de kracht van effectieve stilte gebruikt als middel om bij het publiek eenzelfde soort effect te bereiken als bij de muziek van Georg Friedrich Haas en de doeken van Mark Rothko. Met zijn uiterst zachte en traag bewegende muziek creëert hij een atmosfeer die zelfreflectie mogelijk maakt. Van de eerste tot de laatste noot, bewerkstelligt hij een vervaging van tijd. Een stuk van drie uur kan zo voorbijglijden alsof het maar een half uur duurt. Het spreekt voor zich dat ook hier een zekere geestelijke arbeid verreist is om deze klankvelden te laten doordringen tot het diepst van de ziel. Ook aan Feldmans oeuvre kunnen we een hoge graad van transcendentie toeschrijven. Ofwel loop je er van weg, dan wel blijf je zitten en zit je de volledige duur van het stuk uit om de volledige trance te ondergaan. Zijn zeer karakteristieke idioom is een mooi voorbeeld van het post-oorlogse minimalisme uit New York en gaat in tegen de zeer verwurgende principes van het totaalserialisme van oa. Pierre Boulez en Karlheinz Stockhausen, aan de andere kant van de oceaan. Samen met John Cage en Christian Wolff spant hij de kroon in het pleidooi voor stilte en bouwt hij mee aan een nieuw elan in de westerse muziektraditie.

Morton Feldman – For Bunita Marcus

In zijn werk For Bunita Marcus uit 1985 dompelt hij zijn luisteraars onder in een transcendent bad, waar de pianoklanken niet hoger rijken dan een mezzopiano en dit voor 75 minuten lang. Met andere woorden: Hij componeert stilte. Niet de stilte die John Cage in 1953 componeerde in zijn fameuze 4’33”, maar een suggestieve stilte die ontstaat door het afbakenen van klankvelden door muzikale rusten. Opmerkelijk is Morton Feldmans grote adoratie voor het werk van Mark Rothko. Op de keper beschouwd kun je zeggen dat zijn muziek muzikale doeken zijn, naar analogie met de techniek van Mark Rothko.6

Deze drie besproken figuren betrachten hun métier als een metafysische praktijk. Ze creëren (klank)kleuren, vanuit een persoonlijke stilte, om hun existentiële ideeën kracht bij te zetten. Het kunstwerk begint pas te leven als het in de verstilde geest van de aanschouwer of de luisteraar binnendringt. Om die reden is het geen alledaagse kunst en is het niet voor iedereen weggelegd. Je moet je openstellen en plaats maken voor een innerlijk zwijgen.

Het spreekt voor zich dat een dergelijk (quasi) romantisch ideaal zeer subjectief en eenzijdig is, en dus geen algemene waarheid kan en mag verkondigen. Het is een persoonlijke beleving en kan dus op weinig objectiviteit beroepen. De futuristen en consorten, om maar een voorbeeld te geven, zouden zich hier resoluut tegen verzetten. Zij gaan meer uit van een revolutionaire kunstethiek, waar lawaai, opgedreven snelheid en een opkomend oorlogsenthousiasme aan de basis liggen, los van een persoonlijke insteek. Zij verzetten zich tegen de romantische stereotypen van het individu, die in de westerse kunstgeschiedenis sterk aanwezig waren. Ik zal niet ontkennen dat dergelijke romantische idealen, van de eenzame kunstenaar ploeterend in een baggerput van emoties, zeer clichématig zijn. Maar wie zegt wat mag en wat kan ? Anno 2019 is de delta van de kunstenrivier zo breed, dat het voor een kunstenaar mogelijk is om rond te dobberen langs allerlei zijsprongen. Ik dwaal graag af, om tot een persoonlijke esthetica te komen. Uiteindelijk leiden alle stromen toch naar dezelfde oceaan?

Maar waar komt die innerlijke stilte dan vandaan? Hoe kun je die stilte ervaren ? Hoe beroepen kunstenaars zich op die stille geest? Is die innerlijke stilte wel daadwerkelijk stil? Of kan ze oorverdovend luid zijn7 ? Het zijn enkele vragen die bij me opkomen als ik over mijn eigen stilte nadenk.

De mogelijkheid om tot een stilte bewustwording te komen, kan te maken hebben met een omgeving die uitnodigt tot bezinning en rust. De natuur kan daarbij een excellente rol spelen. Een bergtocht kan beelden oproepen om de innerlijke stilte in poëzie om te zetten. Het geluid van een kabbelend bergbeekje, van de ruisende zee, van de wind door de bomen, kunnen op hun beurt die zalige stilte opleveren. Gustav Mahler trok zich in de zomermaanden altijd terug in het Italiaanse Toblach om de natuur te laten spreken in zijn muziek. Hij was zo gesteld op zijn alleen-zijn, dat hij een ander wandelpad liet aanleggen naar zijn componeerhut, om zeker zijn dienstmeisje niet tegen het lijf te lopen. De schoonheid van de Ligurische kusten rond Cinque Terre hebben talloze dichters als Lord Byron eindeloos geïnspireerd. Als Fernando Pessoa over zijn geliefde moederland Portugal schrijft, dan ruik je de geur van bloemen, dan voel je de brandende zon, en smaak je de delicatesse van verse vis op een bord.

Maar het kan ook anders: Een diepe contemplatie kan ook voortkomen uit een pure chaos. Het Londense enfant terrible, Francis Bacon, vond inspiratie in de zeer wrange herinneringen aan zijn jeugd. De agressie waarmee hij zijn penseel hanteert, resulteert maar al te vaak in een pijnlijk tafereel op doek. De pijn, de ellende en de wrok druipen er in dikke druppels af. Of zijn het de tranen? Bacon weet zijn persoonlijke ellende op een zeer doeltreffende manier te transponeren op doek. Hij duikt als het ware in zijn diepste stilte om de oorverdovende kracht ervan, met zijn publiek te delen. Leonard Cohen, op zijn beurt, schreef zijn meest geprezen liefdesgedichten in de afwezigheid van zijn ‘ware’ liefde in zijn leven in eenzaamheid. Hij verhief de staat van gebroken eenzaamheid tot zijn hoogste goed.

Een andere manier om tot die innerlijke stilte te komen, is het ervaren van schoonheid an sich. Zo kan ik diep geraakt worden door de gedichten van Leonard Nolens, de schilderijen van Amadeo Modigliani. Ze vertellen me iets wat niet onder woorden te vatten is, wat enkel kan beleefd worden in innerlijke rust. Ze zijn op hun beurt de vleeswording van die stilte, waar ik het al constant over heb. (De verzaking van de abstracte stilte.) Daardoor kunnen ze fungeren als inspiratie. Ze geven zo een directie aan jouw persoonlijke stilte. Om dit even op mijn leven af te spiegelen geef ik graag het voorbeeld van de wisselwerking tussen mij en mijn eerder genoemde goede vriend Quinten De Coene. Hij vertrouwde me toe dat mijn muziek, de drempel om de kwast op het maagdelijke witte doek te brengen, verkleint. Als ik aan het schrijven ben, dan flitsen er keer op keer beelden van zijn hand, door mijn hoofd. Net die wisselwerking van inspiratie vind ik cruciaal in de hedendaagse kunstenwereld. We hoeven niet altijd te concurreren met elkaar…

Doordat we als mens bedolven zijn onder stress en druk, gestipuleerd door een schichtige maatschappij, pleit ik er voor om in de schouwburg of in de concertzaal die rust terug te brengen naar de mensen. Bij mij mag je die rust wel zeer letterlijk nemen. In mijn recentste compositie voor piano ‘Perpetuities I-IV’ verplicht ik de luisteraar tot nadenken. Ze moeten de tijd trachten uit te stellen. Het stuk is een trage beweging in vier delen waar ik me afvraag tot hoever de eindigheid rijkt. Het is dus van belang om als luisteraar de innerlijke stilte binnen jezelf te vinden. Als je dat niet doet en ernaar zou luisteren zoals je naar de alledaagsheid van de radio zou luisteren, dan sla je de bal mis en verlies je voeling met de muziek.

Tristan De Pauw – Perpetuities I-IV

Ook in mijn schrijven probeer ik om de lezer mee te nemen in een allesomvattende stille wereld. Als ik al eens een lezing geef, dan wordt mij vaak gevraagd wat mijn drijfveren zijn. Ze vragen zich meestal af of er meer schuilt achter de vaak schijnbare duisternis. Vaak neem ik dan ook even de tijd om dergelijke vragen te beantwoorden, al weet ik dat er geen eenduidig antwoord is op de vraag wat poëzie betekent voor mij. Na enkele interessante gesprekken en (filosofische) overpeinzingen, leek het me interessant om ook hier, in de context van mijn stille kunst, al schrijvende even na te denken over de zin en de onzin van wat ik doe. Want, er is meer dan het gedicht in een boek, op een podium, voor een publiek. Een gedicht, of bij uitbreiding, een dichtbundel is een organisch gegeven en metamorfoseert in tijd en ruimte. Wat ik geschreven heb in pakweg 2012, kan nu een totaal andere betekenis krijgen. Iets wat geschreven is in een vlaag van waanzin, kan maanden later een totaal averechtse betekenis aannemen. Een liefdesgedicht zal, bij de gebrokene van hart, aankomen als een troost of als een kwelling. Poëzie is meer dan de verzen op zich. De witregels zeggen soms duizend keer meer, maar de stilte waaruit ik mijn stem verhef om tot de mensen te komen, blijft. De aanvankelijke idee voor een gedicht blijft, maar de interpretatie varieert. Dat is wat mij boeit. Het is niet eenduidig als 1+1.

“Mijn pen breekt, mijn hand beeft, de waarheid liegt dat ze zwart ziet.”

– Tristan De Pauw

Als je dit korte gedicht leest, zou je kunnen denken dat ik, op het moment dat ik het schreef, te kampen had met een writers block. Dat is een terechte conclusie. Maar het kan ook gewoon een uiting zijn van een gevoel. Een momentane uitspatting, waarmee ik mijn eigen werk relativeer. Ik heb namelijk niet de waarheid in pacht, geen enkele schrijver trouwens. Het is ten allen tijde van belang jezelf en je werk in vraag te stellen, als je nu schrijver, schilder of componist bent. ‘… De waarheid liegt dat ze zwart ziet’, suggereert dat zeer duidelijk.

Als slotbeschouwing stel ik dat stilte dus primordiaal is om te creëren. De eerste noot van een symfonie komt toch ook voort uit stilte? De schilder begint zijn doek toch ook vanuit een soort stilte: tabula rasa? Een danseres vertrekt toch ook vanuit stilstand? Met die idee indachtig beoefen ik kunst. Ik ben de schepper van mijn materie-geworden stilte. Mijn toekomstmuziek wordt geboren uit mijn verstilde geest. Mijn gedicht vloeit voort uit de beweging van mijn pen en die beweging begint in het niets. En als het kunstwerk afgeleverd is, dan ontstaat er een nieuwe stilte. Zo gaat dat ook met het leven, toch?

Stilte spreekt!

1 Camus, A. (1942). Le mythe de Sisyphe, Parijs. Frankrijk: Gallimard
2Uit Van A tot Z: Dirk De Wachter, interview i.s.m Klara door Pat Donnez: (https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/van-a-tot-z–dirk-de-wachter/2017/van-a-tot-z–dirk-de-wachter-d20171213-s2017a1/#)
3Een term die voor het eerst gebruikt werd rond 1940 in New York
4Rothko, M. (2012).The Artist’s Reality: Philosophies of Art. New Haven, Connecticut, USA: Yale University Press
5Vertaling: In het midden van het leven zijn we reeds door de dood omgeven. Deze zin komt uit een gregoriaans gezang van rond 750.
6Knockaert, Y. (1988). Muziekgeschiedenis, Brugge. België: De Garve
7cf. Mark Rothko – Untitled

HIER kan u meer te weten komen over het oeuvre van Tristan De Pauw.

Featured image: momentopname uit het Tony-Award-Winning toneelstuk “Red” over kunstenaar Mark Rothko. Auteursrechten: Bruce Zinger.