Quinten De Coene

Het Oeuvre

Schilderen en tekenen is een verslaving die mij al meerdere jaren in de ban heeft. Alle werken zijn reacties op het tragische en het schone van de vergankelijkheid. In feite kan men elk schilderij op die manier als een Vanitas omschrijven. Als een voyeur observeer ik met penseel of houtskool de wereld rondom mij en in mij. Hoe ik mijn omgeving interpreteer. We zoeken de ziel in de ogen van een ander. Om dat op doek te krijgen, dat is de taak. Proberen dat karakter vast te leggen. De zoektocht naar de weergave van een hoofd. Vroeger was deze vraag een obsessie, ik moest een antwoord vinden. Met de jaren is mij duidelijk geworden wat voor sisyfusarbeid mijn oeuvre geworden is. Ik zoek naar een antwoord dat niet bestaat, maar kan de vraag niet laten vallen. Daarom is het onmogelijk de ogen te schilderen. Ik ken nooit volledig mijn model. Ik kan niet in hun hoofd kruipen. 

De landschappen ontstaan als interpretaties van herinneringen. De tekeningen die ik onderweg maak worden het archief waaruit ik beelden pluk en combineer tot innerlijke landschappen. In plaats van een topografische plek weer te geven worden ze eerder landschappen van een gemoed, van het innerlijke. Hoe ik me voel op dat moment bepaalt sterk het proces van het schilderij: de kleuren, de impasto, de rust of juist het geweld van een handgebaar. Elk werk staat ook voor een bepaalde herinnering die door middel van de titel van het werk een hint maar geen verklaring geeft. Elk werk moet namelijk voor mijzelf duidelijk zijn, maar evenzeer voor interpretatie vatbaar zijn.

(Quinten De Coene, 2019)

Foto: Tristan De Pauw

Publicaties